is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 4, 1864, 01-01-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men Jacob Thomasz. kiezen '/oft hij doen terstont voort syn //sake wilde laten afhandelen by de gemeente, dan oft liy h se wat begeerde wtgestelt te hebben,'1 opdat men eerst Lenaert Clock en Hans Matthijssen kon vragen, of zij die handteekeningen voor de hunne erkenden. Hij koos het laatste, en dus werd de zaak voor 't oogenblik // daerby tt gelaten, dat men de wijthandelinge een weecke drije ofte // vijer wijtstellen soude." Hoe dit geval voor Jacob Thomasz. is afgeloopen, is mij niet gebleken; maar zeker heeft het weer nieuw voedsel gegeven aan den wrevel van sommigen, die de Ries en zijnen vrienden vijandig waren. Dezen deden al wat zij konden om hem in een ongunstig licht te stellen; in datzelfde jaar toch werd te Hoorn (bij Zacharias Cornelisz.) de copie van den brief van Lodewijcx van Dalen uitgegeven, welke brief reeds bij 't leven van den schrijver was gedrukt, maar // deur eenige van Hans // de Rijs medestaenders voor een goede somme geit we//derom uyt den druck gekocht" was *). In 't volgend jaar werd ook het stuk van Pieter Jansz. Twisck tegen de Ries over de menschwording Christi (zie boven) door den druk verspreid, voorzien van eene voorrede van een ongenoemde, die ook zeer op de Ries en zijne vrienden gebeten was, velerlei beschuldigingen tegen hem inbragt, en hem ried // ooghensalve te koopen, opdat hy dese over//groote blindtheydt eens recht sien mach, ende dan sulcx // siende ende ghemaeckt hebbende, hem dan oock niet en //ontsie noch schaeme desen ghedichten grondt, met open// baer druck te bekennen, ende te wederroepen."

") Zie de Copie van eenen BrieJ enz. Letter A fol. 2.