is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 4, 1864, 01-01-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de bedenking komt wel eens bij mij op of bij den liedendaagschen vloed van menigerlei boeken dat onderzoek niet maar al te veel afbreuk lijdt. Het is, meen ik, voor ons christelijk leven eene eerste voorwaarde, de H. Schriften, — in 't bijzonder het N. Verbond — niet voor de leuze, maar met opregte trouw als de beste kenbron van Evangelische waarheid, — ik zou wel willen zeggen, als de grondwet van het Godsrijk — te eerbiedigen. Yan dit beginsel gingen onze Doopsgezinde vaderen uit en maakten zich de gewijde Schriften zóó eigen, dat het tot een spreekwoord werd: » Zij hebben den Bijbel opgegeten."

En wij mogen er bijvoegen, zij vonden er het zwaard des geestes in; want, al waren ze ook niet met de regelen eener geleerde uitlegkunde bekend, nogtans wisten zij de waarheid te verstaan, die vrij maakt.

Die waarheid spraken ze meermalen zoo krachtig uit, dat hunne tegenstanders beschaamd terugdeinsden. — Eens dat Segersz door zijne regters in het verhoor werd genomen, vielen de Roomsche geestelijken, die daarbij tegenwoordig waren, hem aan met de leer van het Priesterschap, bewerende onder andere, dat Petrus de eerste paus was geweest en dat St. Andreas de eerste mis had bediend. Maar Segersz beriep zich op de Schrift; toonde aan, hoezeer hun leerstuk omtrent de geestelijke zending daarmede streed; tartte hen, om een enkel bewijs te leveren voor de wettigheid van liet pausdom, en dreef hen zoodanig in de engte, dat zij ten laatste niets meer te zeggen wisten. Yan kwaadaardigheid mogten zij op de tafel slaan, doch zelfs de moed was hun benomen, om een nieuwen kampstrijd met hem te wagen.

7