is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 4, 1864, 01-01-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

elk eenen eigenen leeraar noodig had. De financiële achteruitgang bragt van zelf in dezen staat van zaken verandering : vele afzonderlijke gemeenten smolten zamen, in anderen werd het getal leeraars in betere verhouding tot het ledental gebragt, en het kwade en ongunstige had zoo althans meer dan ééne goede zijde. De tractementen konden hier verhoogd worden en aan andere gemeenten kon bij voortduring subsidie worden uitgereikt, hetgeen anders onmogelijk zou zijn geworden, daar jaarlijks een schrikbarende achteruitgang moest worden opgemerkt — gelijk ook het getal leden te Rotterdam in 1797 tot 122, in 1798 tot 104 was verminderd! Over de tractementen vind ik aangeteekend dat in der tijd de Rotterdamsche predikanteu een inkomen genoten van f 1200, terwijl het te Blokzijl, te Middelharnis, te Hazerswoude en te Huizen f 500, te Goes f 600, te Nijmegen f 600 en vrije woning bedroeg. Maar Ds. Beets rekende het dan ook onmogelijk om met een huisgezin te Rotterdam te bestaan van f 1400 (waarop toen het tractement was gebragt) en Harmen van Hinten, leeraar te Goch, vond zich genoodzaakt, om zeer kommerlijke omstandigheden de hulp van sommige gemeente in te roepen. Te Rotterdam althans deed hij het niet vergeefs, gelijk dan ook over 't algemeen die gemeente zich niet onbetuigd liet, waar het op ondersteunen van anderen aankwam.

Yaste subsidie genoot menig gemeente: Gouda, Goes, Goch, Hazerswoude, Middelharnis, Dordrecht, Zutphen, Nijmegen en anderen; milde hulp werd verleend aan Barsingerhorn, waar kerk en pastorie in 1790 waren verbrand (gelijk ook die der hervormden), aan Aalsmeer op den Zijdweg, aan Uithoorn, waar kerk en pastorie door brand wa-