is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 5, 1865, 01-01-1865

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doorrijden. Hof en tuin zijn slechts door lage omheiningen van de breede dorpstraat afgescheiden, en overal lacht u ordelijkheid tegen. Treedt men het woonhuis binnen overal heerscht Hollandsche zindelijkheid; alles staat op zijne juiste plaats; zoo is het in de woonvertrekken, zoo bij het bedrijf, en de kieskeurigste dame kan zonder schroom den stal binnentreden. Onmiskenbaar is daarbij ook de eenvoud en spaarzaamheid der Mennonieten. Men onderzoeke de huishouding van eenen kolonist, die acht tot negenduizend merinosschapen, eene groote stoeterij en een aanzienlijk bedrijf bezit, wiens vermogen vele duizenden bedraagt, en zie, hoe zijne vrouw in zindelijke boerenkleeding bedrijvig is; men deele zijn eenvoudig, maar krachtig middagmaal ; men aanschouwe de van de vaderen afkomstige en door hem trouw bewaarde inrigting van het woonvertrek, en waarlijk, men heeft een sprekend beeld van Doopsgezinde eenvoudigheid en spaarzaamheid Daarmede is de geheele levenswijze in overeenstemming. De Mennoniet speelt, drinkt, danst, scheldt en vloekt niet. Die zich aan onzedelijkheid schuldig maken, worden, zoo vermaningen vruchteloos blijven, van de gemeente uitgesloten. Ook voor degelijk onderwijs wordt groote zorg gedragen. In de dorpschool wordt lezen, schrijven, rekenen, vooral uit het hoofd rekenen, zingen, bijbelsche en algemeene geschiedenis en aardrijkskunde onderwezen, en blijkbaar met gelukkig gevolg. Dat ook de Doopsgezinde kolonisten hunne pligten jegens hun nieuwe vaderland getrouw zoeken te vei vullen, al verbiedt ook hunne godsdienstige overtuiging hun het wapendragen, dat toonden zij gedurende den oorlog in de Krim, toen in 1851 en 1855 alleen van de Molotschna