is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 5, 1865, 01-01-1865

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eersten en later onder den tweeden naam voorkomt. De godsdienstige zaïnenkomsten werden in een particulier woonhuis gehouden, totdat de gemeente in 1816 te Einsiedel een schoolgebouw stichtte, dat tevens tot kerk diende en sedert de verplaatsing der school in 1839 uitsluitend daarvoor bestemd werd. Hoe goed de verstandhouding tusschen Doopsgezinden en Lutherschen aldaar is, blijkt, onder anderen hieruit, dat de Luthersche predikant van Dornfeld, van wiens gemeente er zoowel te Einsiedel als te Ealkenstein onderscheiden leden wonen, het vrije gebruik van ons kerkgebouw te Einsiedel heeft voor het doen van lijkredenen en het voltrekken van huwelijksinzegeningen, terwijl zijn filiaalkerk te Ealkenstein voor gelijke doeleinden aan ons wordt afgestaan. Met de komst van den Candidaat Johannes van der Smissen in 1857 mogt zich de gemeente voor het eerst in 't bezit van een wetenschappelijk opgeleiden leeraar verheugen. Door den oudsten Heinrich Brubacher met een rede over 1 Kor. IV : 1, 2 bevestigd, aanvaardde hij den 26sten Julij 1857 de evangeliebediening met een rede over Ps. 85 : 9—14 en vervulde haar, in vereeniging met twee oudsten en twee leeraren (allen ongestudeerd) tot 1862, toen hij naar Kierniipa vertrok. Vóór zijn beroeping was een fonds ter bestrijding zijner jaarwedde te zaraen gebragt, dat 250 florijnen aan jaarlijksche rente opleverde en waartoe Peter Kintzi Senior te Kierni?a 3000, Abraham Linscheid te Deinbianka 1000 en de oudste, Daniël Rupp te Neuhof, 500 florijnen had bijgedragen. Deze gelden werden echter niet in de gemeentekas gestort, maar onder beheer der gevers gelaten, die zich alleen tot de uitbetaling der rente