is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons land van belang zijn. Ze omvat de nummers 4301—5000 c, dus ruim 700. Wanneer wij nog eens daarnaast de lijst van Prof. Jonker bezien, dan blijkt dat deze voor het tijdsverloop van 1734—1906, dus over 172 jaren, slechts ruim het dubbele aantal bevat van wat in bovengenoemde 5 jaren is verschenen. Wel is waar heeft Steenhuis in zijn lijsten nog een aanvulling gegeven van geschriften welke Jonker destijds nog niet kende of niet van voldoende belang achtte om opgenomen te worden, maar ook wanneer die in aanmerking worden genomen dan blijkt toch wel terstond hoezeer de geologische wetenschap hier te lande tegenwoordig een periode van opbloei kent. Die opbloei is geleidelijk gekomen en wij kunnen in verband daarmee allerlei interessante omstandigheden nagaan. Ze is trouwens geheel natuurlijk. Misschien zullen sommigen oordeelen dat verschillende geschriften even goed hadden kunnen zijn weggelaten, maar het opnemen van enkele publicaties te veel kan geen kwaad, een te weinig brengt lasten mee. Wij hopen dat deze lijst spoedig door een nieuwe vervolglijst moge worden gevolgd. Als hulpmiddel bij geologische studies zijn ze van buitengewoon gemak. KR-

Bemmelen, R. W. van, The volcano-tectonic origin of Lake Toba (North Sumatra). (De Ingenieur in Ned.-Indië, IV Mijnbouw en Geologie, Sept. 1939, pag. 126—140) ; 4 figs in text, 1 table and 12 chem. anal..

In het Toba-gebied kunnen een drietal perioden van vulkanische werkzaamheid worden onderscheiden, nl. een oudste andesietische periode voornamelijk in het Pliopleistoceen, daarna een paroxysmale periode, waarin groote hoeveelheden zure tuffen werden uitgeworpen en een jongste periode in het Jong Pleistoceen en in het Holoceen, waarin weer andesietische gesteenten naar boven kwamen.

In de oudste periode vond de vulkanische werkzaamheid vooral plaats in de Batangtoroe-vallei in het SSE en in het vulkanische complex ten NNW van het meer. Hier zijn honderden meters dikke banken van andesietische lava's en slakken aanwezig en deze gesteenten liggen op praetertiaire gesteenten of vormen gangen daarin, terwijl ze door de zure tuffen van het Toba-gebied worden overdekt. Deze vulkanische strook snijdt de Barisan-keten. Ze maakt deel uit van de vulkanische zone langs den kam van deze keten en ontstond tegelijk met de opwelving (Semangka-breukzone). Tijdens of door de opwelving ontstond in het tegenwoordige Toba-gebied een culminatiepunt (Batak-tumor), waaruit een zuur magma te voorschijn trad. In het begin vermoedelijk als dacietisch-liparietische lava's, welke op verschillende punten aan den dag treden. Vervolgens kwam een gasrijke periode met zure en puimsteenhoudende Toba-tuffen, die nu nog voorkomen in een areaal van 20 000—30 000 km2 tot zelfs in Malakka, waar ze nog in dikten van 5—20 voet zijn aangetroffen. Om het Toba-meer komen ze als ongelaagde tufafzettingen voor in dikten tot 600 m; op groote afstanden is als gevolg van later watertransport gelaagdheid aanwezig. Deze tufmassa's werden uitgeworpen ge-