is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1910. In het tijdperk van 1910—1930 vormde deze spoorlijn, die een lengte van ruim 2600 km bereikt, den voornaamsten afvoerweg voor de Katanga-ertsen. Thans heeft men een afsnijding van dezen spoorweg geprojecteerd, welke van Kafue ten zuiden van Loesaka naar Sinoia (bij Salisbury) afbuigt, waardoor het volgen van de groote lus in Zuid-Rhodesia overbodig zal worden.

In 1903 werd begonnen met den aanleg van een spoorlijn van Katanga naar de Eobito-baai in Angola. Pas in 1930 verkreeg de lijn haar beslag. Sinds de voltooiing is het hoofdaandeel van het verkeer naar en van Katanga op dezen spoorweg overgegaan. De verbinding met Benguella beteekent, vergeleken met de lijn naar Beira, voor Elisabethville een afstandsbesparing van ruim 500 km. De spoorweg volgt de waterscheiding tusschen Kongo en Zambesi, is niet onderhevig aan overstroomingen en daalt bovendien naar de kust af, hetgeen voor de zware kopertransporten van groot belang is. De afstand van Benguella naar de West-Europeesche verwerkingscentra is veel korter dan die vanaf Beira.

Nog twee andere wegen staan voor den afvoer van de Katangaertsen open, die echter geen van beide veel gebruikt worden. De eerste ligt geheel op Belgisch gebied en telt een lengte van ruim 2500 km. Op dit traject zijn overladingen noodzakelijk en wel één te Port Francqui (Ilebo) van trein in schip en één te Leopoldville van schip in trein.

De andere weg gaat oostwaarts naar Dar-es-Salam en is de minst belangrijke van alle toegangen tot Katanga. De af te leggen afstand bedraagt in dit geval eveneens ruim 2500 km, doch hierbij moet met vier onderbrekingen rekening worden gehouden. Deze weg leidt van Elisabethville via Boekama naar Kabalo aan den Kongo, volgt vervolgens de Loekoegarivier stroomopwaarts tot Albertville aan het Tanganjika Meer, steekt dit meer in west-oostelijke richting over om Oedsjidsji te bereiken en gaat tenslotte dwars door Tanganjika Territorium om in Dar-es-Salam aan de kust te eindigen. De trajecten Elisabethville—Boekama, Kabalo—Albertville en Oedsjidsji—Dar-esSalam worden per trein, de overige per schip afgelegd.

(Ontleend aan een artikel van R. E. Birchard in Economie Geography, 1940, No. 4)

De Inter-Amerikaansche luchtvaart. — Bij het onderhouden van de luchtvaartverbinding tusschen Noord-, Midden- en Zuid-Amerika worden in hoofdzaak de kusten en eilanden gevolgd. De reden hiervoor is te vinden in de omstandigheid dat langs de kusten en op de eilanden de bevolkingscentra zijn gelegen op wier verkeersbehoeften het vliegtuig zich uiteraard richt. Dit geldt vooral voor Zuid-Amerika ; de kaart der luchtverbindingen van dit werelddeel vertoont in hoofdzaak de omtrekken daarvan, met slechts enkele vertakkingen naar het binnenland. De belangrijkste dwarsroute is de transandine luchtlijn van Buenos Aires naar Santiago in Chili.

Tusschen Noord- en Zuid-Amerika staan twee routes ten dienste, beide vertrekkende van Miami, de „springplank" der Vereenigde Staten in Florida en beide aankomende in Buenos Aires. De eene lijn