is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten). Het weven is den Lewaneezen streng verboden; deze lieden behelpen zich in hoofdzaak met geklopte boomschors. De Lewaneezen kennen ook niet de pottenbakkerskunst.

Volgens Lambooy schijnt men wel te mogen aannemen, dat de latere indringers op Soemba, van welke de overleveringen gewag maken, uit Zuid-Celebes en uit Bima zijn gekomen.

Moeilijk is het echter te bepalen, vanwaar de oudere bevolking op Soemba afkomstig is, ofschoon daarvoor, volgens Lambooy, wel enkele aanwijzingen zouden zijn. Bij een moeilijke bevalling bidt namelijk de aanstaande moeder tot de marapoe, om de ziel te doen komen uit Endi Nambarai, het land van herkomst, dat in oostelijke richting, naar Flores toe, schijnt gezocht te kunnen worden. Daarop zou ook kunnen wijzen het feit, dat de taal der oudere bevolking van Soemba, althans volgens Lambooy, meer gelijkt op het Sawoeneesch.

Men zou dus misschien op Soemba twee bevolkingselementen mogen aannemen, een ouder element, dat uit meer oostelijk gelegen gebieden gekomen is en een jonger, dat wellicht uit Zuid-Celebes stamt.

Ook Kruyt 3) acht het waarschijnlijk, dat de latere immigranten op Soemba uit Bima gekomen zijn. Hij vertelt een legende, welke daarop wijst. In Laura (West-Soemba) leeft nog de herinnering voort, dat de menschen daar aan den Sultan van Bima belasting betaalden. Kruyt acht het niet onwaarschijnlijk, dat deze immigranten van Bima oorspronkelijk uit Java kwamen. Dit zou ook overeenkomen met de opmerkingen, die door kenners van het volk over het type zijn gemaakt. In een verslag over Soemba schreef de toenmalige Assistent-Resident A. Couvreur: „Behoudens in de beide kodi's komen bepaalde Hindoe-Javanen-typen, zooals zoo vaak in Midden- en Oost-Soemba, in West-Soemba niet of weinig voor. Zonder hetzelfde sterk negroiede aanzien te hebben van de bevolking van Flores of Timor is dit type in West-Soemba toch niet onduidelijk kenbaar".

Opmerkelijk is zeker wel, dat ook Dr. H. ten Kate gewag maakte van een Hindoe-type op Soemba. Ten Kate was van oordeel, dat bij de Soembaneezen overweegt het gele subras of subtype met rechten of lichtconcaven neus, dolicho-mesocephaal en mesoprosoop. Dit is volgens Ten Kate het Proto-Maleische element. Daarnevens zou bij de Soembaneezen een ander geel ras of subtype voorkomen met convexen neus, leptoprosoop en dolicho-mesocephaal. Dit zou het Hindoe-Semitische type zijn. Eindelijk neemt Ten Kate bij de Soembaneezen nog een derde subras of subtype aan met sluik haar, een type, dat brachycephaal is en klein van gestalte. Dit houdt hij voor het Maleische element4).

Volgens Ten Kate zou het negroiede type op Soemba ontbreken.

3) Kruyt, Alb. C., De Soembaneezen. (Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde van Ned.-Indië, deel 78, 1922).

4) Kate, H. ten, Mélanges Anthropologiques (L'Anthropologie, T. XXVI, I9I5)-