is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lagen gedreven horizontale gangen (galerijen) vertoonen over groote afstanden een volkomen rechtlijnigheid, iets wat maar zelden in den mijnbouw wordt aangetroffen. Storingen zijn in dit veld dan ook onbekend.

Alle lagen worden vanuit de 90 meter diepe hoofdschacht ontsloten door een 1700 m lange, in één der dikste koollagen gedreven, N-Z loopende galerij (richtgalerij) en door de daarop loodrecht staande galerijen in den steen (steengangen). Deze laatste zijn zoowel naar oost als naar west gedreven en doorsnijden dus alle koollagen. De onderlinge afstanden tusschen deze steengangen wisselt tusschen 300 en 400 m. Zoowel in de richtgalerij als in de steengangen vindt het transport van de mijnwagens plaats met behulp van electrische locomotieven. Deze hoofdtransportwegen zijn tevens electrisch verlicht.

Aan de winning van een kolenlaag gaat de voorbereiding van zoo'n laag vooraf. Deze bestaat uit het maken van een hoofdtransportweg in de helling van de laag (remhelling), waarop na gereedkomen aan de oppervlakte een drukluchtlier wordt geplaatst, die met behulp van een kabel een zgn. opzetwagen en contragewicht, beide rijdend over rails, in beweging brengt. Op een dergelijken opzetwagen kunnen een of twee mijnwagens worden geplaatst en deze kunnen daarmede naar de verschillende galerijen worden gebracht. Van uit deze remhelling worden nl. verschillende galerijen in de koollaag gedreven tot het uiteinde van het veld, welke galerijen dan na gereedkomen door middel van doorslagen langs de grens onderling worden verbonden. Vroeger bedroeg de lengte dezer galerijen ongeveer 150—200 m en was de onderlinge afstand tusschen deze galerijen 8—10 m. In totaal kreeg men daardoor een 12-tal strooken kool ter lengte van 150— 200 m bij een breedte van 8—10 m, die, te beginnen met de onderste strook, achtereenvolgens ontkoold werden. Was deze onderste strook (pijler) over een lengte van 10 meter gewonnen dan werd de daarboven gelegen strook in ontginning genomen enz. enz. ; uiteindelijk waren dan 12 strooken benoorden en 12 strooken bezuiden de remhelling in bedrijf. De ontkoolde ruimten werden geregeld met grond opgevuld, die door de graafschoppen wordt geleverd.

De zoo juist beschreven wijze van ontginning was de oude werkwijze, die thans vervangen is door een meer moderne ontginningsmethode, welke minder galerijen dus minder strooken bevat en waarbij het werkfront niet recht, volgens de helling van de laag is gesteld, maar diagonaalsgewijze is. Dit brengt het groote voordeel met zich mede dat niet slechts 1 kolenhouwer, zooals bij de oude methode, maar tal van kolenhouwers gelijktijdig langs zoo'n kolenfront kunnen werken zonder gevaar te loopen door van boven vallende kolen getroffen te worden. Hierdoor nam de productie per werkfront per dienst van 8 uur zeer belangrijk toe.

Met deze methode (Schragbau) werd in 1933 begonnen maar