is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Agastya-vereerders waren, was er te meer reden om dit land Tamaparnï (Tambabani, Taprobane) te noemen.

Het is toch bekend — Chavannes in zijn Voyages des Pèlerins Bouddhistes wijst hierop — dat de Hindoes aan de meeste overzeesche landen die zij onder hun invloed hadden gebracht, namen plachten te geven ontleend aan vermaarde landstreken of steden in Indië 17).

Het moet als een geografische merkwaardigheid worden beschouwd dat, als gevolg van de vroegere opvatting dat Ceilon en Sumatra één eiland vormden, plaatsnamen op Ceilon of die Ceilon aanduiden ook in Zuid-Sumatra worden teruggevonden of ook op Sumatra toepasselijk zijn.

Een oude naam voor Ceilon in het Ramayana en andere Indische epische werken genoemd, is Langka, waarvan later Ceilon echter weer onderscheiden wordt, zooals Lassen opmerkt: „Die Brahmanen geben der Insel einen viel grosseren Umfang und dehnen sie weit ins Meer aus. Das wirkliche Ceilon wird daher unter andern Namen spater von Langka unterschieden".

Volgens een legende in de Mahavamca en de Dïpavamga zou de Boeddha toen hij voor de eerste maal Langka bezocht, het eiland Giri-dvïpa (eigenlijk Sumadra-giri-dvïpa) nader bij Langka hebben doen komen om de Yaksas die hij van dit eiland wilde verdrijven, daarop te doen overgaan. Dit eiland, waarmede blijkbaar Sumatra werd bedoeld, was niet ver van Langka verwijderd en kwam, ook wat grootte betrof, er zeer mede overeen 18).

Men vindt hier dus weer de opvatting: Langka= Ceilon plus Sumatra en Samudra-giri-dvipa = Zuid-Sumatra, door een baai of zeeengte daarvan gescheiden. (Hoe zou anders Sumatra „niet ver" van Langka verwijderd kunnen zijn?).

Langka vindt men als Langkapoera terug in Zuid-Sumatra, als een land tusschen Palembang en Djambi, zooals Marsden (History of Sumatra) ons meedeelt.

Volgens Wilford (Asiatic Researches, deel X, 1808, Essay on the sacred Isles in the West) worden in het Skandha Purana de Lancadwara of de poorten van Langka genoemd en wordt daarmede de Straat van Malaka bedoeld. Ook wordt volgens dienzelfden schrijver Suvarnadvïpa met Langka aangeduid: „the gold-island of Suvarna is also called Maha-Lanca or Ma-Lanca".

In de Chineesche annalen der Leang-dynastie (502—55^) wordt een rijk Lang-ga-su of Lang-ga genoemd, waarvan gezegd wordt dat het toen reeds 400 jaren had bestaan.

Bij I-tsing heet het Lang-ka-su. Rouffaer localiseert dit in Djohore, aan de zuidoostpunt van het schiereiland19).

17) Chavannes noemt als voorbeeld Campa voor Lin-yi naar Champanagar, dat oudtijds Campa was geheeten.

18) Gerini, Researches, pag. 650.

19) Rouffaer, G. P., Was Malaka emporium vóór 1499 AD.? (B.K.I., deel 77). Hij zegt hierin nog dat Jacobi (Das Ramayana, 1893) en Winternitz (Geschichte der Indischen Litteratur, 1909) reeds hebben betoogd dat met Langka niet Ceilon kan zijn bedoeld.