is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit cassave (Manihot utillissima) kan men een goed smakend cassavebrood bereiden ,en andere smakelijke producten, zooals kwak. Voor de bereiding van cassavemeel, dat in Noord-Amerika waarschijnlijk afzet kan vinden, moet men over helder water beschikken.

Tot nu toe zijn alle plannen om cassave in het groot te verbouwen voor export van meel niet tot uitvoering gekomen. Zij zijn, voor zoover bekend is, gestrand op de onmogelijkheid groote gebieden goede gronden van vrijwel dezelfde samenstelling te vinden en op den snellen achteruitgang der productiviteit dier gronden bij herhaalde beplanting met cassave. Het spreekt echter vanzelf, dat cassave in het boerenbedrijf, opgenomen in een rationeele vruchtwisseling die rekening houdt met het behoud der bodemkracht, een heel andere rol speelt dan cassave in het grootbedrijf, dat er op uit is zoo lang mogelijk van zoo groot mogelijke oppervlakte, zoo goedkoop mogelijk cassave te oogsten. Voor een coöperatief cassavefabriekje, berustend op aanplant door leden-boeren, zijn de kansen m.i. veel gunstiger dan voor een grootbedrijf, te meer daar de bereidingsinstallatie in het begin niet groot en duur behoeft te zijn.

Die exportmogelijkheden zullen weer langzamerhand onderzocht moeten worden en het voordeel is dat dit zonder groote kosten en risico's kan geschieden, omdat het gewas in de eerste plaats wordt aangeplant als voedsel voor mensch en dier.

Cultuur van vruchten voor eigen gebruik is noodzakelijk voor een doelmatig dieet en goed mogelijk. Een deel van het overschot komt waarschijnlijk (al of niet verwerkt) op den duur voor export in aanmerking, mits de leiding gelegenheid krijgt om te experimenteeren en te onderzoeken.

Rijstbouw in het klein op bevloeide velden komt voor de kolonisten niet in aanmerking, al was het alleen om de hygiënische bezwaren. (Schistomiasis, die bij arbeid in water overgaat. Swellengrebel, pag. ioo—101). Daar de rijstcultuur der Javanen en Britsch-Indiërs zich steeds uitbreidt en het vraagstuk van den export der rijstoverschotten nog slechts zeer ten deele is opgelost, mag men verwachten, dat de rijst voorloopig een goedkoop voedsel zal blijven. Over rijstcultuur voor de wereldmarkt wordt iets gezegd onder „cultuur van handelsgewassen".

Mais is echter een graan dat rijker is aan vet en eiwit dan de meeste andere granen en dat in Suriname goed groeit. Men kan de maïs eten als pap, als koeken enz.. In Oost-Europa en in het Zuiden van Noord-Amerika vormt zij voor vele blanken het hoofdvoedsel. Verder is zij bruikbaar voor voedsel van vee, varkens en pluimvee. In de vruchtwisseling is maïs een onmisbaar gewas, omdat men er op zeer eenvoudige wijze groenbemesters onder kan telen, b.v. de Crotallaria anagyroides, die in Suriname op de lichte gronden zeer goed groeit.

Men kan dus zeker een goed dieet samenstellen zonder voedsel te importeeren. Ook Swellengrebel komt op pag. 106—7 tot deze conclusie. Alleen zullen importen van mineralen voor veevoer en kunstmest noodzakelijk zijn.