is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boven zeeniveau; in het moerassige Wasioegan'je, tusschen den middenloop van de Ob en de Irtysj en verder naar het Noorden, liggen de hoogste punten slechts 100 a 120 m boven zee. In de Baraba-Steppe wordt de vlakte onderbroken door eenige rijen platte heuvelruggen, in het Russisch „griwy" (d.w.z. manen) genoemd, gelegen in de richting Noord-Oost naar Zuid-West; deze heuvels hebben een gemiddelde hoogte van slechts 2 a 4 ik bij een breedte van eenige honderden meters en een lengte van vele kilometers. Verder naar het Zuiden vinden wij in de Koeloenda-Steppe breede en vlakke ravijnen, die in dezelfde richting loopen en waarin de geulen der Koeloendinsche rivieren liggen. Tenslotte komen ook in de toendra-gebieden in het Noorden geringe hoogten voor. West-Siberië kan dus, schetsmatig, als een komvormige schotel worden gezien, die in het Westen, Zuiden en Oosten door bergen is omringd, terwijl in het Noorden de IJszee ligt. De vlakte daalt zacht in de richting naar het Noorden. Ten Zuiden van de West-Siberische Laagvlakte ligt bergland, dat een natuurlijke afsluiting tegen Mongolië en Dzjoengarije is (de Altai- en Sajan-Bergen) ; de hoogste top is de Beloecha (4510 m).

Klimatologisch behoort het West-Siberische Laagland tot het gematigdste gedeelte van Siberië; het vastelandsklimaat doet er zich in mindere mate gevoelen dan in Midden- en Oost-Siberië. Een paar cijfers ter oriënteering (de gegevens zijn ontleend aan de publicaties der meteorologische stations in het bewoonde gedeelte des lands), waarbij telkens de gemiddelde temperatuur is gegeven in de volgende volgorde: jaar-, winter-, lente-, zomer-, herfsttemperatuur: Bijsk: 1,6; —15,6 ; 1,3; 18,5; 2,3; Barnaoel: 1,1; —16,5; 0,9; 18,3; 1,6; Omsk : —0,2; —18,9; —0,2; 17,7; 3,4; Kaïnsk: —0,8; —18,9; —1,2 ; 1:7,3 : —0,5; Tomsk: —0,6; —18; —0,7; 17; —0,3; Narym: —2,2; —20,8; —2,2; 16,2; —1,9. Verder naar het Noorden daalt de gemiddelde temperatuur. De maxima zijn aanzienlijk hooger dan de door ons vermelde gemiddelden. Het verschil tusschen het gemiddelde in Juni en Januari is groot (Bijsk 34,1°, Barnaoel 34,8° Omsk 36,6° ; Kaïnsk 36,2°, enz.); het verschil tusschen de maxima is nog grooter.

In het algemeen kan gezegd worden, dat het klimaat van WestSiberië betrekkelijk weinig verschilt van het klimaat van de oostelijke gewesten van Europeesch Rusland. De winter is in West-Siberië iets kouder dan ten Westen van de Oeralbergen; er is minder bewolking, de dagen zijn helderder; er valt minder sneeuw. Dit laatste is een in geheel Siberië voorkomend verschijnsel, dat zich naar het Oosten in steeds sterkere mate accentueert; in Oost-Siberië zijn er uitgestrekte gebieden waar het vaak in het geheel niet sneeuwt en waar de boeren den geheelen winter wagens in plaats van sleden moeten gebruiken. De gemiddelde temperatuur daalt uit den aard der zaak naarmate wij noordelijker streken beschouwen. In den zomer zijn verder van de verschillende gebieden de onderlinge verschillen in temperatuur veel grooter dan in den winter; in het Zuiden van WestSiberië liggen de steppen, die in de tweede helft van den zomer geheel verzengd zijn, terwijl in het hooge Noorden sneeuw en ijs nog