is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot aan het middenniveau van wolken reikt, een tamelijk lage temperatuur en vormt daar ijskristallen, die al vallende langzaam de wolknaar beneden uitbreiden. Deze ijskristallen groeien eerst tot sneeuwvlokken aan wanneer ze in de buurt van het O0 vlak in de nabijheid van water komen. Het denkbeeld van Findeisen, dat de contactdruk bij de aanraking van met verschillende snelheid vallende kristallen voldoende zou zijn om ze te doen aaneensmelten komt schrijver dezes hoogst onwaarschijnlijk voor. Plaatsruimte verbiedt ons de interessante beschouwingen weer te geven over de vorming van sneeuwkristallen al naarmate van de oververzadiging, waardoor Findeisen meent dat men uit het uiterlijk der sneeuwvlokken zal kunnen besluiten tot de samenstelling van de wolken ook als men ze niet kan zien.

Het is de bedoeling van de figuur dat de grootere V's sneeuwvlokken voorstellen. Vallen deze door een waterwolk boven o° dan kunnen ze tot matigen regen aangroeien (a), vallen ze rechtstreeks naar de aarde dan komen ze als zwakken regen aan (b); vallen de ijskristallen door een onderkoelde waterwolk dan kunnen ze tot lossen hagel aangroeien, die later smelt en in een waterwolk boven o° nog wat kan aangroeien tot matigen regen (c). De lage wolken van water zonder ijs geven hoogstens motregen (d), die van de middenwolk verdampt voordat de laagste is bereikt, evenals de ijskristallen die uit het hoogste gedeelte van den Nimbostratus vallen (e) ; dit geeft aanleiding tot valstrepen, die soms bedriegelijk op Cirrus lijken.

Fig. 3, Stapelwolken. In het beginstadium a bestaat de Cumuluswolk alleen uit waterdruppels, boven het o° vlak onderkoeld. Bij het aangroeien naar boven komt in het bovengedeelte ook ijs. De ervaring leert en de wolkenclassificatie heeft dit ook onderstreept, dat uit een opgezwollen Cumulus (zie foto i) geen regen van beteekenis valt voor er een aambeeld of scherm boven is gevormd (cumulonimbus, zie foto 2), dat ook blijkens de optische verschijnselen uitt ijs bestaat; de temperatuur is daar zeker beneden —io°. Het is logisch aan dit ijsscherm de rol van het enten met ijskristallen toe te schrijven, en het is jammer dat het in deze figuur niet is geteekend.

De zachte hagel — later door het Meteor. Instituut korrelsneeuw gedoopt —• bestaat uit aaneengegroeide sneeuwkristallen zooals die bij matige oververzadiging ontstaan (het vallende kristal brengt zijn lagere temperatuur mee). Komen deze in de buurt van het onderkoelde water dan wordt losse hagel gevormd, maar men noemt dezen vorm thans korrelhagel. Bij het vrij snel vallen door het al of niet onderkoelde water groeien zij nog wat aan en vallen als lossen hagel op den bodem (b). Findeisen verzuimt hier over de rol van de verdamping van het meegesleepte water te spreken, die meehelpt om het grootste gedeelte tot ijs te doen stollen. Naarmate de omzetting van de wolk in een ijswolk naar beneden groeit, worden de losse hagelkorrels kleiner wegens den korteren weg en smelten eerder in de warme lucht onder de wolk, zoodat ze als zwaren regen aan-