is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door weer dieper erodeeren, waardoor haar potentieele roofcapaciteit stijgt: als een rivier op het slechte pad is, komt zij van kwaad tot erger! Ten overvloede wijs ik er op dat er in dit geval geen dilemma is (de ruggen zijn in „badlands" niet resistent) en dat de boven ontwikkelde vergelijkende methode van onderzoek soms ook hier kan worden toegepast, zij het met zeer groote voorzichtigheid.

Men meene nu niet dat ik het dilemma zou willen oplossen door het bestaan van rivierafleidingen slechts te erkennen waar zich de boven genoemde bijzonder gunstige voorwaarden voordoen; ik ben er integendeel van overtuigd dat ze ook in gebieden met weerstandskrachtige waterscheidingen dikwijls optreden, maar dan door andere processen dan de klassieke terugschrijdende erosie. In navolging van Castiglioni kunnen we de volgende wijzen van doorbraak eener {resistente) waterscheiding onderscheiden:

I. spontane afleidingen, veroorzaakt door werkzaamheid van de afgeleide rivier zelf, en wel Ia door zijdelingsche erosie en Ib door •opvulling van het bed.

Ha. gedwongen afleidingen, door een opstuwende hindernis in het •dal der afgeleide rivier.

In al deze gevallen mag de rivierafleiding niet met roof worden betiteld, omdat de roover hier geheel passief is; het slachtoffer onthoofdt zichzelf! Alleen in geval Ia wordt er een bres in de waterscheiding geërodeerd, wat door laterale erosie van een krachtige rivier veel gemakkelijker gaat dan door denudatie en bronerosie; volgens den auteur is op deze wijze de beroemde Tanaro-knie bij Bra gevormd. Terwijl in dit geval het stroomende water door eigen kracht de waterscheiding bereikt en dus kan aanknagen totdat een doorgang naar een lager dal wordt geopend, begint in de andere gevallen (Ib en Ila) de erosieve aantasting van de waterscheiding pas nadat de afleiding tot stand is gekomen. We hebben hier te doen met overstroomingen: door natuurlijke afdamming van het rivierdal wordt het water net zoolang opgestuwd tot het laagste punt der oude waterscheiding als overloop gaat fungeeren (Ila), of ditzelfde verschijnsel doet zich voor door opvulling van het oude dal met sediment (Ib); als de overloop eenmaal benut wordt treedt daar natuurlijk sterke erosie op.

Gedeeltelijke opvulling van rivierdalen met sediment is een normaal verschijnsel en Castiglioni geeft verschillende voorbeelden van aftappingen door deze oorzaak. Aanvreting der waterscheiding door denudatie begunstigt natuurlijk het vormen van een overloop in sterke mate; als de denudatie sterk is zal de dalopvulling ook spoedig een voldoende hoogte bereiken (het denudatie-mes snijdt hier dus aan twee kanten!). Als oorzaken van opstuwing noemt Castiglioni tectonische bewegingen, lavastroomen, gletschers, moreenen, aardstortingen, puinkegels, duinen (zie voorbeeld in Nederland, beschreven door Pannekoek van Rheden3)), drijvend materiaal (plantenresten

3) Natuurhistorisch Maandblad, 30ste jaargang, No. 4—5. Maastricht, 1941.