is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1941, 01-01-1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WATERVALLEN EN HUN MORFOLOGISCHE BETEEKENIS

door

Prof. Dr. G. L. S M I T S I B I N G A

Omtrent het begrip waterval heerscht, hoe vreemd het ook klinken moge, nog veel verwarring. Allereerst worden de begrippen waterval en stroomversnelling veelal door elkaar gebruikt. Talrijke stroomversnellingen worden watervallen genoemd, b.v. de Imatrawatervallen in Finland, de Trollhattawatervallen in Zweden, de Stanleywatervallen in de Kongo, welke eigenlijk niet meer zijn dan stroomversnellingen. Nu is het inderdaad moeilijk een scherpe grens te trekken tusschen watervallen en stroomversnellingen. Een bepaalde vervalsgradiënt als grens nemen zou weinig baten. Bovendien gaan beide vaak in elkaar over.

Ook de begrippen waterval, cascade en cataract worden door elkaar gebruikt al naar de auteur een voorkeur heeft voor een dezer benamingen, hoewel er feitelijk verschillende morfologische typen mede bedoeld worden.

Het is daarom ongetwijfeld een verdienste van Pollog1) geweest een, zij het dan ook zuiver morfografische, nomenclatuur voor te stellen, die alleszins aanvaardbaar lijkt. Pollog stelt de valhoogte als criterium voor de onderscheiding van watervallen en stroomversnellingen en wel de waarde van 10 m als grenswaarde. Verder stelt hij voor de watervallen morfologisch in 5 typen onder te verdeelen:

1. enkelvoudige waterval: de watermassa stort als één geheel omlaag.

2. meervoudige waterval: de watermassa wordt door eilanden in het rivierbed in verscheidene afzonderlijke watervallen met nagenoeg gelijke valhoogte verdeeld.

3. cascade: de watermassa vormt verscheidene boven elkaar gelegen en duidelijk van elkaar gescheiden watervallen.

4. cataract: waterval met relatief geringe valhoogte doch groote watercapaciteit.

5. stuif waterval: waterval met relatief groote valhoogte, doch geringe watercapaciteit, welke dientengevolge grootendeels verstuift.

Het zou zeker aanbeveling verdienen indien deze nomenclatuur algemeen aanvaard en gebruikt werd.

Morfogenetisch zou men met Lobeck 2) onder de watervallen der wereld twee verschillende typen kunnen onderscheiden. Het eene type

1) Pollog, C. H., Ein Stiefkind der physischen Geographie: Wasserfalle. — Nebst einigen grundsatzlichen Bemerkungen. Geografiska Annaler 17, pag. 110, 1935-

2) Lobeck, A. K., Geomorphology, 1939, pag. 197.

N.A. G. LVIII 65