is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 1, 1867, 01-01-1867

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dien het bevat, ea die het tot vermoeiens toe aanhalen van personen en geschriften, dikwijls trouwens onvermijdelijk , doet vergeven. Ik wensch daaruit het een en ander aan de lezers dezer Bijdragen medetedeelen, in zooverre het n. 1. met het doel van dit tijdschrift overeenstemt. Wat voor Doopsgezinden er belangrijks in wordt gevonden, — en dit vormt het grootste gedeelte van het werk — wil ik releveeren, ten einde daaruit op te maken, welke aanwinst het boek van Ds. Skpp voor de geschiedenis onzer broederschap is. Vooraf echter komt de algemeene inhoud en in verband daarmede ook de vorm, waarin die gegoten is, ter sprake, om een denkbeeld te geven van den waarlijk colossalen arbeid en de onvermoeide vlijt door den schrijver aan zijn geschrift besteed, en — mocht het wezen, — velen tot de lezing daarvan optewekken. Tn een afdoende wetenschappelijke beoordeeling kan ik niet treden, om de eenvoudige reden, dat ik daartoe incompetent ben; slechts weinigen zullen er in ons vaderland wezen, die evenals de schrijver een studie van de geschiedenis der godgeleerdheid gedurende de vorige eeuwen hebben gemaakt, en dus in waarheid bevoegd en in staat zijn, om het werk in zijn geheel zoowel als in zijne details aan nauwkeurige kritiek te onderwerpen.

Ik geef dan slechts aanmerkingen op hetgeen onder het bereik mijner kritiek valt; terwijl mijn geschrijf overigens een resumé of verslag van den inhoud zal bevatten.

//Jühannks Stinstra en zijn tijd. Eeue bijdrage tot