is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wen / ende dat meer is heb ick veel verscheyden luyden gesproken die by menichte veel Corper opde landen gevangen hebben / daermen nu behoort het hooy te maeyen ende te winnen welcke Corper ick by veelen selver ghesien heb / So dat in sulcker voeghen die huysluyden aldaer grotelijckx sijn te beclagen ende tecortcomen / ende veele niet van vermoghen en sullen sijn hare lanthuer te connen opbrengen / dit selve en is in menichte van jaren niet gebeurt sedert den tijt vanden troubel / doen die waterlantsche dijcken gebroken waren / ende die wateren met den see gemeen lagen / dat sulck hooch water alhier int midden vanden somer op Sint Jan is geweest / doorsake vandese coomt veel ende meest alle doort bedijcken vande meeren Gelijck by veel luyden weibekent is / dat nu hoelanger hoe meer den boesem cleynder wert ende weynich vermach als men geen water door die seesluysen / met noordwestewint ter see en can loosen / ende datter by menichte van watermolens hoe langer hoemeer opde cleyne boesen malen/het bedijcken van meeren is wel een vande beste noodtwendichste ende profytelijckste dinghen / diemen in hollant doen mach alsmen tselve doen can sonder verhindering ofte schade vande oude landen/die langhe te voren gebruyckt syn/dese voorsch huysluyden van marcken inden banne van uytgeest aldaer gelegen met seven hondert ende seven entwintich morgen die so grotelijck verhindert ende vercort sijn versoecken seer ootmoedelijcken / dat UE mogende sullen gelieven haerluyden te vergunnen ocktrooy om hare landen offtepolderen / ende te bedijcken in sulcken voegen ende gelegentheyt als haer luyden best gevalïich sal sijn/ende UE gelieve haerluyden te favoryseren ende voor te staen inde redelijckheyt na alle behoren / ende doordien dat syluyden alsdan Grote exterordynaris onkosten op de landen sullen hebben te dragen / So versoecken sy luyden mede seer ootmoedelijcken dat UE mogende sullen gelieven haerluyden te vergunnen ende quytteschelden die verpondinghe ofte laeste redres dat nu op handen is/so larighe ende tertijt toe / dat hare offpolderinghe gedaen sal sijn / ende die watermolens gestelt sullen wesen ende noch sekere jaren daer na op dat sy hare schade wederom mochten genieten om hare landen alsdan weder tot hare nodruft gelijck andere nabueren te mogen gebruycken dit doende etc Gedaen opden XXvn in Junijus sestien hondert ende drie endartich / hier mede den almogenden godt in genade bevolen —

Jan adryaensen Leechwater molenmaker inde Rijp u e dienaer bereyt

1633

De bewoners van de Marcken vroegen dus octrooi voor de bepoldering van de geheele Uitgeester Woude, zooals uit het getal van 727 morgen blijkt, eveneens om verlichting van lasten vanwege de groote schade, die geleden was. Het was dan ook wel een ongewone en merkwaardige toestand, zooals die blijkens den brief zelden voorkwam, dat het vee midden in den zomer gestald moest worden en er niet