is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vastgestelde grenswijziging was dringend noodzakelijk geworden in verband met den wederopbouw van Rotterdam, daar voor een groot gedeelte van de nieuw te bouwen woningen en fabrieken geen plaats meer zal kunnen worden gevonden in de toekomstige binnenstad. De opheffing van de bezwaren die aan de nauwe gemeentegrenzen van Rotterdam verbonden waren was daardoor urgent geworden.

Bovengenoemd besluit brengt de grootste gebiedsuitbreiding met zich mede welke Rotterdam tot dien had ondergaan, zoowel wat den omvang van het gebied als het aantal gemeenten betreft. Thans is — de grenswijziging van 1934 inbegrepen waarbij Pernis en Hoogvliet werden geannexeerd —- met uitzondering van het grondgebied waarover de gemeenten Schiedam en Vlaardingen zich uitstrekken, vrijwel het geheele gebied aan Rotterdam toegevoegd, dat de gemeenteraad in het groote annexatieplan van 1929 als definitieve oplossing begeerde.

Het stadsgebied is thans zoo groot geworden dat binnen de nieuwe grenzen ruimte is voor een stad van ongeveer 850000 inwoners. In NW richting (Spaansche Polder, Oostabtspolder, enz.) is nu gelegenheid geschapen tot ontwikkeling van een industriegebied aansluitend aan de Delfshavensche en de Delftsche Schie, welke sinds den bouw van de Parksluizen toegankelijk zijn geworden voor groote binnerischepen en kustvaarders.

(Econ. Stat. Berichten, 1941, no. 1342)

Bevolking van Denemarken. — Volgens de voorloopige uitkomsten van de op 5 December 1940 gehouden volkstelling telde Denemarken 3844312 zielen. Dit beteekent vergeleken met de telling van 1935 een toeneming met 137 963 inwoners. De dichtheid der bevolking bedraagt thans 89,6 per km2. Het proces der urbaniseering vindt nog steeds voortgang, hetgeen uit onderstaande tabel blijkt:

Aandeel der stadsbeAantal inwoners , . .

Taar „ volking in de tot.

in 1000-tallen .

bevolking in u/0

1800 926 21,0

1880 I 969 28,0

1900 2450 39,2

1910 2 757 4°,3

1920 3 268 43,4

1930 3 551 43,9

1940 3 844 47,4

Nog slechts ruim 31 % van de bevolking vindt een bestaan in de agrarische bedrijven, zoodat industrie, handel en verkeer ook in Denemarken de voornaamste bestaansmiddelen zijn geworden.