is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. KORT OVERZICHT OVER DE GEOLOGISCHE GESTELDHEID VAN HET RIJNDAL BENEDEN WESEL

Opdat ik later niet in herhalingen behoef te vervallen, geef ik hier eerst een overzicht van de geologische gesteldheid van het Rijndal beneden Wesel, voor zoover dit voor de te behandelen vragen van belang is. Men zie kaart I, en voorts de Geologische Kaart (i : 50000), de Geologische Overzichtskaart van Nederland (1 : 200000), de Topografische Kaart (1 : 25000), en de Messtischblatter (1 : 25000).

Aan het einde van den Würmijstijd was de bodem van het Rijndal tusschen de hoogere — uit hoogterras, II 1, en glaciaal-gestuwd hoogterras, II 2, bestaande — randen bedekt met eene afzetting van grint en vooral van zand, het laagterras, II 8. Via Issum (14 km S van Xanten) en Goch (13 km S van Cleve) stond het in verbinding met het laagterras der Maas. De hier en ook verder gebruikte symbolen der geologische formaties zijn ontleend aan de Geologische Kaart.

Het Rijn-laagterras verdeelde zich bij Arnhem in twee armen, waarvan de eene ten S van de Veluwe naar het W, de andere ten E van de Veluwe naar het N liep. Uit deze groote laagterrasvlakte staken hier en daar hoogere heuvels op, meestal bestaande uit glaciaalgestuwd hoogterras, b.v. het Montferland, voorts de Hees en het Hoch Wald, beide bij Xanten, en het groote complex tusschen Uden (13 km W van Xanten) en Nijmegen.

De oppervlakte van het laagterras was bedekt met een netwerk van watergeulen, waardoor de vele armen en armpjes stroomden, waarin de Rijn zich had verdeeld. I11 den nu volgenden oud-holoceenen tijd sneden de rivieren zich in het laagterras in (van Rheden, 28) en vormden den dalbodem dien ik daar eerste erosievlak (vlak 1) genoemd heb. Gedurende het daarop volgende Boreaal schijnt er, wat de dalverdieping betreft, rust te hebben geheerscht.

Dergelijke in het laagterras uitgespoelde dalen werden gevormd langs de Maas, den Boven-Rijn en zijne armen. Het dal, waarin nu de Geldersche IJsel vloeit, stond zoowel ten E als ook ten W van het Montferland met het Rijndal in verbinding.

In het Atlanticum volgde eene nieuwe dal-uitschuring, waardoor resten van vlak 1 als terras bleven staan. Dit is het oud-holoceene terras, 1 O z, door de Duitsche geologen Inselterrasse genoemd. Deze nieuwe uitschuring vond plaats in dezelfde dalen, als waarin de bovengenoemde eerste uitschuring geschiedde. De nu gevormde dalbodem, het tweede erosievlak, werd na den afloop van het Atlanticum door de rivieren bedekt met een laag klei, I 7 k, en rivierzand, I 8 z. Deze afzetting duurt nog heden voort.

Door deze kleiafzetting werd langs de rivieren een systeem van natuurlijke oeverwallen opgebouwd. Eene uitvoerige beschrijving met kaart werd voor de Lekstreek gegeven door Vink. Ik heb zijn kaart uitgebreid over de Betuwe.