is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boena, „het gordijn" genoemd. Te Beroppa heet de helm sapoe'na, en te Pewaneang pebokoena, welke beide woorden „het omhulsel" beteekenen. Te Wono zegt men van een kind dat met den helm geboren wordt: mepoto. Zoo'n kind zal later veel voorspoed in 't leven hebben. De helm wordt gedroogd en als talisman bewaard.

48. Navelstreng en nageboorte

De behandeling van de navelstreng (Gal. lolo) en van de nageboorte (Gal., Lemo tawoeni; ter hoofdplaatse Galoempang ook taoni\ Seko tahoeni) is in het geheele Karama-gebied nagenoeg dezelfde. Nergens wordt de navelstreng afgebonden voordat ze wordt doorgesneden, met uitzondering van de hoofdplaats Galoempang, waar de streng eenmaal met garen wordt afgebonden. De streng wordt naar het kind toe gemasseerd om het bloed er uit te verwijderen. Soms klemt men haar aan de zijde van het kind wel tusschen twee stukjes hout, en snijdt haar daarlangs af. Soms wordt een leege maïskolf als onderlegsel gebruikt, maar gewoonlijk wordt zij op den vinger gesteund doorgesneden. Het liefst laat men dit doen door een vrouw die nog geen kind door den dood heeft verloren. Zij doet dit met een bamboe■splinter, die van een van de daksparren in opwaartsche beweging is afgesneden. Indien de splinter in neerwaartsche richting werd afgesneden zou het kind geen lang leven hebben. Zoo'n bamboe-mes heet in het Galoempangsche en Lemo billa', in Seko hilang.

De nageboorte doet men in een mandje, dat van toejoe (Bar. tioe; Cyperus sp.) is gevlochten ; in Seko gebruikt men hiervoor een aarden kookpot. Dit mandje of deze pot wordt opzij van of onder de woning begraven. Soms legt men er een grooten steen op om te voorkomen, dat honden of varkens de placenta opgraven. Ze wordt nooit in een t>oom opgehangen; men meent, dat het kind hierdoor ziek zou worden. Alleen de hoofdplaats Galoempang maakt op dezen regel een uitzondering, want hier wordt de nageboorte wèl in een boom opgehangen.

Degeen die de nageboorte wegbrengt (in Seko is het altijd een man die dit doet, gewoonlijk de vader van het kind), moet al zijn aandacht ■op dit werk concentreeren: hij mag niet rechts of links kijken maar moet recht vooruit zien; op dezen gang mag hij niemand tegenkomen, niet tegen iets stooten. Al deze dingen zouden het leven van het kind nadeelig beïnvloeden; van het naar links en rechts kijken zou het scheel gaan zien. Daarom omhult de drager van de nageboorte het hoofd meestal met een doek, opdat zijn aandacht door niets wordt afgeleid. — Het stukje navelstreng, dat na enkele dagen van het kind afvalt, wordt zorgvuldig bewaard.

49. Doodgeboren

Het lijkje van een doodgeborene wordt in een kookpot onder het huis begraven; daarom heet het to perikori „die in een kookpot gedaan is". Heeft het kind enkele dagen geleefd (te Baoe zei men: wanneer het zoolang heeft geleefd, dat het heeft gelachen), dan doet men het in een kleine kist (loemoen). Wanneer het een ouderpaar meermalen overkomen is dat hun kind doodgeboren wordt of kort