is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1942, 01-01-1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te beginnen (dit verhaal is ook bij andere volken op Midden-Celebes bekend).

Om dien tijd te bepalen plant de siadja een speer, eigenlijk een staaf, die alleen voor dit doel gebruikt wordt, bij het vallen van den avond stevig en rechtopstaande in den grond. Hij kijkt nu langs de staaf naar den hemel, en wanneer hij dan het sterrenbeeld Borongborong in het verlengde er van ziet, weet hij dat de tijd voor het akkerwerk aangebroken is. Dit werk van den siadja draagt den naam van osokan doke „het opzetten van de speer".

De To Lemo kent nog andere sterren bij name: de drie sterren van den gordel van Orion noemt hij Tomalemba ,,hij die aan een draagstok (rijst) draagt" (de pikelaar). Dit was eenmaal ook een mensch, vertelt men, die echter niet op aarde wilde blijven, omdat men hem haatte. Daarom verhuisde hij naar den hemel, en werd een sterrenbeeld.

De sterren van het zwaard van Orion heeten Manoek „haan". Aan dit sterrenbeeld is het algemeen in Midden-Celebes bekende verhaal verbonden van den haan die geregeld rijst voor de menschen uitbraakte, maar welks vleugel door een omvallenden rijststamper werd gebroken, waarom de vogel naar den hemel verhuisde (zie over dit sterrenbeeld o.m. Alb. C. Kruyt, de West-toradjas, IV, 398-403). De To L,emo noemen dezen vogel ,,de haan van Toeladidi". Dit is de naam van de maan als zij als vrouw op aarde leeft; ze wordt door haar vader gedood, maar door haar haan in het leven teruggeroepen (zie Sa'dan-Toradjasche volksverhalen door Dr. H. van der Veen, Verh. Bat. Gen., deel 65, pag. 630 e.v.).

Aan de zuidzijde van de rij sterren staat er nog een die den naam draagt van Saoerang. Deze naam kan beteekenen „de zuidelijke" (van saoe „Zuid"). Maar de To L,emo brengen dezen naam in verband met saoe', de scheringdraden op den weefstoel. Ze vertellen dan dat Saoerang een vrouw was, die bijzonder bedreven was in het weven. Haar knapheid prikkelde zoozeer de ijverzucht van andere vrouwen, dat Saoerang het niet langer onder haar kon uithouden, en als ster naar den hemel verhuisde.

De sterren worden gedacht als de kinderen van de maan. Men vertelt dat een voornaam man twee kinderen had, een zoon en een dochter. De naam van den man is Tolaoelangi „die aan den hemel voorbijgaat", waarmede de Hemelheer bedoeld wordt. De zoon heet Pombirro-birro „die telkens opkomt"; hij is de zon. Zijn dochter heet Indo' Sadenna, de naam waarmee de Zuid-Toradja's de maan aanduiden. Broer en zuster kregen twist over de erfenis van hun vader. Daarom willen ze niets van elkaar weten en vervolgen elkaar. Indo' Sadenna huwde met Ambe Kadenna, van wien men niets weet te vertellen. Ze kregen de sterren als kinderen. De zon heeft geen kinderen, want in haar buurt kan niets leven door de groote hitte.

De To Mangki kennen ook de namen van een paar sterren; zoo noemen ze de morgenster Pambawa koela „geleider van de zon", en de morgenster Soelo bai „de fakkel der varkens". Maar de sterren