is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na een oriënteerende inleiding geeft de schrijver onder het hoofd „vormen van decentralisatie" eenige beschouwingen ten beste omtrent de beginselen, welke de verdeeling van de overheidstaak over Rijk, Provincie, Gemeente en andere openbare lichamen beheerschen, om daarna, onder het opschrift „Historische ontwikkeling", de practische toepassing van deze beginselen in onze staatsinrichting, van den tijd der Republiek van de Zeven Vereenigde Nederlanden af, in het kort na te gaan. Vervolgens wordt in een drietal onderdeelen de geschiedenis van de totstandkoming van den huidigen bestuursvorm in de Wieringermeer besproken. Eenige critische nabeschouwingen sluiten het werkje af.

De overzichtelijke en klare wijze, waarop de schrijver in een bestek van nauwelijks 32 bladzijden de stof heeft verwerkt, verdient stellig een woord van bijzonderen lof. Wanneer ik mij niettemin een critische opmerking omtrent den opzet van het werkje veroorloven mag, dan is het deze, dat de algemeene beschouwingen omtrent het decentralisatie-beginsel, welke niet minder dan ruim 7 bladzijden in beslag nemen, niet in een juiste verhouding staan tot het geheel. De schrijver heeft hier mijns inziens de beperking, welke hij zich in het overige gedeelte met succes heeft opgelegd, eenigszins uit het oog verloren. Ik geloof trouwens ook niet, dat deze, hier en daar nog al persoonlijk getinte, theoretische beschouwingen in een werkje, dat, blijkens den populairen trant, waarin het is geschreven, kennelijk bestemd is voor een ruimeren kring dan die van degenen, die in dergelijke staatsrechtelijke onderwerpen min of meer thuis zijn, in eenigszins beteekenende mate zal bijdragen tot verheldering van het inzicht van den gemiddelden lezer.

Bij critische lezing van schrijvers „critische nabeschouwingen" heb ik mij afgevraagd, of hij daarbij niet te zeer aan den theoretischen kant is gebleven en te weinig aandacht heeft geschonken aan de practijk. Trouwens ook in theoretisch opzicht is nog wel een en ander af te dingen op zijn critische beschouwingen, die den indruk wekken, wel wat al te gemakkelijk uit zijn vlotte pen te zijn gevloeid, vooral indien men in aanmerking neemt, dat, zooals op pag. 3 ook uitdrukkelijk vermeld wordt, de bestuursinrichting van de Wieringermeer een moeilijk vraagstuk is, dat zich niet „laat verwerken als gesneden koek".

Wanneer als bezwaar van de tegenwoordige bestuursinrichting wordt aangevoerd, dat het ambtelijk element in de bestuurscommissie overweegt, dan is dit slechts in zooverre juist, dat de vijf leden, die buiten de bevolking in dit orgaan zijn benoemd, daarnevens een ambtelijke functie bekleeden. Deze ambtelijke leden, die hun benoeming in hoofdzaak te danken hebben aan vroegere bemoeiingen met betrekking tot De Wieringermeer, waarin een waarborg werd gezien, dat zij de hun toevertrouwde belangen met kennis van zaken zouden behartigen, staan als ge-

K. N. A. G., LVI. 2r