is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het kompas, waardoor de kusthandel meer en meer zeehandel werd; ten deele ook in de verplaatsing van den handel naar het Westen, naar Holland, maar ook valt er aan te denken, dat de Waal steeds meer Rijnwater tot zich trok. Door den St. Elisabethsvloed van 1421 was de Waal korter geworden, terwijl de ebben in den nieuwen mond steeds lager afliepen. De hoofdstroom en daarmede de IJsel werden bij laag water meer en meer onbevaarbaar. In 1672 kon Lodewijk XIV zijn troepen bij het tolhuis van Lobit dóór den Rijn zien trekken. Deze koning heeft dit gedenkwaardige feit laten vereeuwigen in de spiegelzaal van het paleis van Versailles. In datzelfde jaar (en ook later weer) liepen de koeien zoowel door den Rijn als door den I Jsel. De boeren van Herwen en Aardt gingen met hun wagens door de rivier om tollen te vermijden.

Waarom wij hier deze feiten vermelden? Waarachtig niet om een nieuwtje te publiceeren, want iedereen is er mede op de hoogte. Het vermelden dezer feiten, heeft in dit verband een hoogere waarde. Gelderland, Utrecht en Overijsel wilden ingrijpen, zij wilden „hunne" rivieren weer waterrijk maken. Dat was in het begin der 18de eeuw. En ging dat zoo maar? Neen, de Waalsteden, die vooral na het begin der 17de eeuw opkwamen, wilden haar voorrechten behouden. Zij kwamen op tegen de pogingen een betere waterverdeeling te krijgen.

Wij kunnen tot de stelling komen, dat, ware het water van den Rijn steeds behoorlijk verdeeld, er geen sprake van geweest zou zijn, dat de IJselsteden zóó achteruitgegaan waren als in de laatste eeuwen het geval geweest is. De IJselsteden zijn een tijdlang doode steden geweest. Haar handel verviel, de productiebasis, daarop ingesteld, zooals de aanwezigheid van scheepswerven, verviel eveneens.

De wijzigingen in de waterverdeeling van Waal, Rijn en IJsel, die in de 18de eeuw werden tot stand gebracht, hadden in de eerste plaats ten doel de overstroomingsrampen bij hoog water te keeren. In 1705 werd het Pannerdensche, in 1775 het Bijlandsche kanaal gegraven, waardoor het scheidingspunt van Rijn en Waal, vroeger bij Schenkenschans, naar Pannerden werd verlegd. In 1775 werd ook de aftakking van den IJsel verlegd naar de Pley. Door een en ander werd de waterverdeeling tusschen de rivieren nauwkeurig geregeld. De IJsel verkrijgt bij Pleij-Westervoort 1/9 gedeelte van het water van den onverdeelden Rijn. Bij hooge waterstanden wordt dit wat meer.

Voor de bevaarbaarheid zou de IJsel echter juist bij de lage waterstanden meer water moeten verkrijgen, doch dit is niet mogelijk zonder de bevaarbaarheid van de Waal en den Rijn ernstig te schaden. Hieraan kan, reeds wegens internationale verplichtingen, niet gedacht worden. Reeds thans wordt door de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Arnhem; geklaagd over onvoldoende bevaarbaarheid van den Nederrijn tusschen Arnhem en Vreeswijk. Hoewel door de normaliseeringswerken van de laatste tientallen jaren de vaardiepte van den IJsel wel is verbeterd, hebben de daaraan bestede kosten niet kunnen bewerken definitief goede uitkomsten te verkrijgen. Een tijdlang ging alles goed, direct daarna werd door de schipperij weer