is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EPISODE UIT DE PACIFICATIE VAN

DEN VOGELKOP

(UIT EEN VERSLAG VAN EEN TOCHT VAN DEN GEZAGHEBBER VAN MANOKWARI A. LAMERS EN DEN CONTROLEUR VOOR DE EXPLORATIE TE MANOKWARI J. W. F. MEYLINK. NAAR DE ANGGI-MEREN, BOVEN-INGSIM EN HATTAM)

DOOR

J. TIDEMAN (met één kaart en 8 foto's)

In November 1938 maakte de gezaghebber van Manokwari een dienstreis ter inspectie van enkele bestuursposten, waarop hij een bezoek bracht aan de pas in de omgeving vin Momi gevestigde Gouvernements cultuuronderneming R a n s i k i (zie dit tijdschrift, jg. 1938, blz. 839) en tevens vreedzaam contact verkreeg met de bevolking van Boven-Ingsim en Hattam, terwijl tenslotte de sinds jaren gezochte hongi(rooftochten)leider Irika en zijn volgelingen uit dit gebied werden onderworpen. De controleur voor de exploratie te Manokwari en eenige bestuursassistenten maakten de reis mede.

Met het gewestelijk vaartuig „Aroe" werden de deelnemers naar Momi vervoerd, waar de eigenlijke tocht op 12 November een aanvang nam. Als dragers werden Papoea's gebruikt, die telkens na eenige dagen verwisseld werden, daar zij in vele streken nog niet gewend zijn aan het dragen van vrachten gedurende een aantal dagen. Zij zorgden voor hun eigen voedsel en kregen in het bergterrein een vergoeding van 35 cent per dag. De blikken met voedsel bevestigden zij aan bamboe-ramen of in draagnetten van boomschors, zoogenaamde nokkin. Het geheel werd met draagbanden van boomschors over de schouders of om het voorhoofd gedragen. Op deze wijze vervoerde iedere man een vracht van circa 22 kg.

Op het eerste traject naar de Anggi-meren werden de levensmiddelen opgevoerd langs een pad uit den tijd van resident Lulofs, het Lulofspad genaamd, in tegenstelling met de vivres voor de militaire afdeeling bij de Anggi-meren, die den laatsten" tijd langs de Ransikirivier opgevoerd worden, omdat daar ladangs en kampongs ontstaan zijn, een bewijs voor de toenemende veiligheid in deze streken.

Ter plaatse, waar het thans ingestorte Vlooienbivak was gelegen, heeft de cultuuronderneming Ransiki een eigen kamp ingericht. Hoewel de onderneming nog slechts enkele dagen geleden was geopend, stond reeds een proefaanplant van rubberboomen in den grond. De leider van de onderneming, de heer Förster, deelde