is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zelfs de onderwerpen, betrekking hebbende op Nederland en Nederlandsch Indië, van belang voor ons inzicht in den geologischen bouw, zijn vrij talrijk. Ze vormen echter résumé's van de resultaten der onderzoekingen, welke ons reeds uit andere publicaties bekend zijn. Deze résumé's hebben echter het niet te onderschatten voordeel, dat de stof daarin overzichtelijk bijeen is gebracht. Het is daarom alleszins de moeite waard er inzage van te nemen, vooral daar eigenlijk wel alle mogelijke onderwerpen zijn behandeld, welke onze belangstelling hebben en die in de laatste tientallen jaren onderwerpen van onderzoek zijn geweest.

In deel I is opgenomen de publicatie van mej. Hol over het Nederlandsche landschap en een van Rutten over dat van Nederlandsch Oost- en West-Indië.

Deel II, sectie 2a, bevat onder de vele belangrijke publicaties van geologischen en geomorfologischen aard: een artikel van I esch, de voornaamste eindmoraines in Nederland; van Edelman, het JongPleistoceen in Nederland; van Florschütz, laat-pleistoceene stuifzanden in Nederland.

In den excursie-gids van Zeeland vinden wij overzichten van: Van Vuuren (geografie); Steenhuis (geologie); Schlingemann (waterloopen); Krul (hydrologie); van Leeuwen (duinen en dijken).

De gids voor het mijngebied werd verzorgd door Jongmans en Van Rummelen; die voor de polders door Bijl en voor de duinen door Tesch; de gids voor Rotterdam en omstreken door Boerman en Zeegers. In den gids voor het glaciale gebied zijn artikelen opgenomen van Oestreich, Florschütz en Van der Vlerk.

Het deel La Néerlande bevat artikelen van Tesch, wording van den ondergrond; Oestreich, ontstaan van het landschap, en van Van den Broek, anthropologie. Kr.

Standaardbenamingen voor vormen en toestanden van den bodem en het daarin voorkomende water. Water No. 26, 1938.

Op voorstel van wijlen prof. Lebedev werd in 1930 een commissie gevormd ter bestudeering van een nomenclatuur voor de toestanden van het grondwater. In Nederland is men eveneens aan het werk gegaan en een commissie van personen uit vereenigingen, welke zich met bodemkundige vraagstukken bezighouden, geeft in deze publicatie op ruim drie bladzijden haar voorstellen met korte, duidelijke omschrijving. Ze omvatten 86 termen, samengevat in vijf groepen, namelijk:

Groep A. Bodem en grond; Groep B. Hoofdsoortenvan het bodemwater. De hierin gemaakte indeeling vinden wij in de drie volgende groepen, namelijk:

Groep C. Het sorptiewater; Groep D. Het capillair water; Groep E. Het grondwater.

De geheele reeks termen hier te herhalen zou te ver voeren. Zij, die hierin uit hoofde van hun studie of werk belang stellen, worden verwezen naar bovenaangehaald tijdschrift. Kr.