is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1939, 01-01-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van deze laatste gelegenheid, tenminste voorloopig, om wetenschappelijk materiaal door de lucht af te voeren, maak ik gebruik om een vijfde kist met 218 stuks ethnografica mede te geven.

Om 7 uur zijn de vliegtuigen klaar om te starten. Nog een laatsten handdruk wisselen wij met onze Marine-mannen, onder het uitspreken van onzen warmen en hartelijken dank voor alles wat zij voor ons gedaan hebben en voor de uiterst prettige samenwerking. Weldra zitten zij op groote hoogte en nemen den koers in westelijke richting binnendoor.

Al werpt dit vertrek een schaduw op dezen bijzonderen dag, den verjaardag van H.M. onze geëerbiedigde Koningin, toch vieren wij hem in gepaste vreugde. Het Hoofd van Plaatselijk Bestuur houdt voor het eerst openbaar gehoor aan de Wisselmeren, waarop de leden van de Genootschapsexpeditie, Zending en Missie vertegenwoordigd zijn. Daarna enkele feestelijkheden, die zeer aardig verloopen.

Met de vliegtuigen zijn twee agenten naar beneden gegaan om in de Etna-baai de vele goederen van de expeditie, die daar in reserve liggen en de voorraden van de Veldpolitie te bewaken. Ook de Marine zal nog wel het een en ander achterlaten. Ook bevinden zich in de Etna-baai nog twee gestraften.

Bericht komt binnen, dat de inspecteur der Veldpolitie Hatzen, die sinds eenige maanden bezig is een tracee te zoeken voor een weg van de Geelvink-baai langs de Siriwo naar den noordwesthoek van het meer, over twee dagen aldaar zal aankomn.

1 September. Voorbereidingen worden getroffen voor het vertrek over twee a drie dagen van mij zelf naar het Oosten en van den mantri-topograaf Hoeka met dr. Eyma naar den noordwesthoek van het meer, teneinde aldaar een zeer gunstig gelegen bergtop te beklimmen, die een uitstekend uitzicht geven zal over het bovenstroomgebied der Siriwo. Naar schatting zal hiermede een week gemoeid zijn. Daarna zullen Eyma en Hoeka zich naar het Araboe-bivak begeven, om vandaar te trachten een goed uitzichtspunt te verkrijgen over de noordelijke keten en het noordelijk randgebergte der meren. Dit punt, gelegen ongeveer in het midden van het onbekende gebied benoorden de meren, zal naderhand door Hagdorn astronomisch worden vastgelegd. Deze laatste gaat dadelijk met mij mee in oostelijke richting.

Dr. Brouwer zal voorloopig aan de meren blijven, teneinde de omwonende bevolking te meten. Dr. De Bruyn zal hem daarbij zooveel mogelijk behulpzaam zijn. Door zijn tusschenkomst is onze anthropoloog thans in het bezit van zes schedels van den Ekari-stam.

Prof. Boschma blijft eveneens de eerste weken aan en op het groote Paniai-meer werkzaam. Met zijn vier mantri's is het verzamelwerk in vollen gang. Boschma en Brouwer zullen, zoodra zulks mogelijk is naar Araboe-bivak vertrekken. Ik hoop, dat de