is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 2, 1868, 01-01-1868

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wel had hij dit iu 1738, voor de tweede maal te Amsterdam beroepen. Toen zeide hij openhartig niet in alles met de leer der gemeente overeen te stemmen, bepaaldelijk wat den eed betrof, dien hij in het algemeen geoorloofd achtte. Maar bij het eerste beroep in 1735 waren er andere redenen. Zeker ook zijn afkeer van den geloofsdwang, waaraan men hem wilde onderwerpen, benevens zijn zucht naar onafhankelijkheid, die hij misschien vreesde in Amsterdam te zullen verliezen. En mogen wij ziju bedanken ook niet in verband brengen met de oprichting der kweekschool in het genoemde jaar? Amsterdam nam, gelijk men weet, het initiatief hiertoe gelijk ook tot de oprichting eener societeit. De gemeente van t Dam had een ontwerp ter goedkeuring aan de zustergemeenten gezonden, dat op eene vergadering den 25sten October gehouden uitvoerig werd besproken ; vooral Deiden en Rotterdam verzetten zich toen tegen de wenschen der Lamisten (1). Niet alleen geldelijke bezwaren hielden de meeste gemeenten van de toetreding tot de Societeit terug, maar de wensch van Harlmgen om zich van alle deelneming te onthouden, hoewel het daar aan geld niet ontbrak, getuigt het — bovenal de vrees voor den overwegenden invloed van Amsterdam, eene vrees, die men te vergeefs door een nieuwe circulaire in 1737 trachtte weg te nemen. IJdel bleek althans die poging bij den Kerkeraad te Harlingen, die er in

(1) Ds. Sepp deelt den loop dier discussien mede uit een exemplaar van het ontwerp, waarin die beschreven is, eefn bron door Blaupot tbn Cate niet gekend of onderzocht.