is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 2, 1868, 01-01-1868

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Honert de pen op, maar schreef nu op vrij gematigden toon, ten betooge van ziju's vijaud's heterodoxie. Opmerkelijk alleen is de zinsnede «stemmen wij in weinige dingen overeen , wij zullen het mogelijk in dit éene doen, dat wij de twee eenigste menschen zijn, die dif stukje gelezen hebben." De Heer Sepp werd de derde en zal, blijkens zijn eigen verzekering, wel niet door meerderen gevolgd worden.

Nog een oogenblik staan wij stil bij de polemiek, door de Doopsgezinden tegen Stinstra gevoerd. Zij kwam vooral van den kant der Zonisten, en gold de door genen betoonde minachting voor de belijdenissen der vaderen. Had Maatschoen , in zijne aanteekeningen op de vertaling van Schijn's Historie der Mennonieten , zonder namen te noemen, zijn leedwezen over de gevoelens van enkele ïriesche Doopsgezinden te kennen gegeven, de Groninger predikant Eijsdijk was in zijn geschrift: Godgeleerde Aanmerkingen niet zoo gematigd. Hevig tegenstander van Stinstra, beschuldigt hij dezen van Socinianisme, vergeeft hem zijne onrechtzinnigheid in het verwerpen der belijdenissen niet, en neemt zelfs den maatregel der overheid tegen hem in bescherming.

Een zachter oordeel velde Marten Schagen in eene door hem uitgegevene leerrede, en in zijne uitgaven van Eues' bekend werk, wiens scherpen uitval tegen Stinstra hij afkeurde, terwijl hij ons tevens een bijna volledig overzicht van de polemische geschriften gaf. Op gemoedelijken toon werd Stinstra door een anderen

predikant vermaand om terug te keeren van zijn boozen

5