is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 2, 1868, 01-01-1868

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De aldus herstelde Dordrechtsche gemeente werd door de andere in ons Vaderland gevestigde Doopsgezinde Gemeenten algemeen eikend en in de Doopsgezinde Societeit opgenomen.

Desniettemin en ongeacht alle aanmaningen tot het tegendeel, bleef bovengenoemde Abraham Karsdorp zich gedragen als eigenaar der goederen en eigendommen van de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht, en volhardde hij hardnekkiglijk bij zijne weigering om aan het benoemde bestuur eenige kerkeboeken of papieren af' te geven, of het Kerkgebouw, zelfs tijdelijk, voor het houden van godsdienstoefening af te staan. Dien ten gevolge zag het nieuw benoemde bestuur zich verplicht tegen hem op den vijfden April 1800 twee en zestig voor de Arrondissements Eechtbank te Dordrecht eene regtsvordering iu te stellen tot het doen van afgifte der goederen aan de Doopsgezinde gemeente te Dordrecht toebehoorende, en tot rekening en verantwoording van het door hem , Abraham Karsdorp als negotiorum gestor gevoerde beheer.

Bij eene zeer uitvoerige conclusie van het openbaar Ministerie, bij monde van den toenmaligeu Officier van Justitie Mr. C. T. F. van Maanen genomen (ten deze sub letter B. overgelegd) werden de beweringen van Abraham Karsdorp //dat het eischend bestuur zijne kwaliteit niet had bewezen en dat hij, in allen gevalle als laatst overgebleven lid der Doopsgezinde gemeente te Dordrecht, den eigendom van al hare goederen en bezittingen had verkregen", uitvoerig bestreden en tot toewijzing der ingestelde vordering geconcludeerd.