is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 3, 1869, 01-01-1869

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men vindt er 20 a 30 van die buffels hij elkander; er zijn ook veel bereu, die niemand beschadigen , zij geneeren zich van bladeren en wilde vruchten, waarvan zij zeer vet worden en zeer goed vleesch hebben. De herten zijn daar ook in groote menigte, en zeer vele Indiaansche hanen en hennen, die 20 & 30 pond 't stuk wegen; wilde duiven, meer dan in eenige plaats der wereld, patrijzen, fazanten, wilde zwanen, ganzen , allerhande soort van eenden, benevens vele andere kleine vogels en dieren; — zoodat, wanneer de menschen het eerste jaar zich maar van brood en eenige koeien tot melk en boter kunnen voorzien, ook met tuinvruchten, als aardappelen , erwten, boonen etc. zij vleesch genoeg te eten hebben van zoo velerlei soort van wild en gevogelte, en beter kunnen leven dan de beste edelman, 't Eenigste

O

bezwaar is, dat zij omtrent dertig mijlen van de zee gelegen zijn , 't welk door goede besturing kan verlicht worden.1'

Waarlijk, zulk een beschrijving klonk den armen Zwitsers en Paltsers als een tooversprook in de ooren, hun, die nooit anders dan de schrale akkers van hun geboortegrond hadden gekend en nu zelfs maar al te vaak een weigerend antwoord vonden, als ze een of twee morgens in pacht zochten te bekomen. En dat land der belofte , hoe was het te bereiken ? Gemakkelijk genoeg : zij hadden zich maar vóór primo Maart bij een of ander gunstig bekend kantoor te Prankfort aan te melden , daar drie pond sterling of 27 gulden per hoofd (voor kinderen beneden de tien jaar de helft) d. i. twee pond