is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 3, 1869, 01-01-1869

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kon maken!" waarna Keesje den origineelen uitval doet: «Hoe aardig! Was dat eene kunst, grootvader, die Jezus geleerd had ?"

Als Grootvader verhaald heeft, bij welke gelegenheid Jezus zijne dicipelen het: *Onze Vader!" leerde bidden, drukt Klaartje hare verrassing aldus uit:

«Heden! is zoo het «Onze Vader" er gekomen! Dat wist ik niet."

Echt naief is ook het zeggen van Guurtje, als grootvader is begonnen te vertellen van de zalving van Maria :

//Dat was ook eene zonderlinge verkiezing van Maria, om zoo iemands voeten met zalve te bestrijken."

Willem, die er nog al van houdt, om wat hij weet eens te laten luchten, merkt, als er over den godvruchtigen hoofdman Corneliijs gesproken wordt, aan :

//Ik heb onlangs ook gelezen van een groot zeeheld van ons land, die zoo heel godsdienstig was en op wiens schip men geen vloeken hoorde."

Telkens verraden de kinderen ook de hun zoo eigene voorbarigheid in het vellen van hun oordeel. Zoo ontziet Bertje zich niet, over Rhode de dienstmaagd, die uit overmaat van blijdschap Petrus eerst niet opendoet, aldus zich uit te laten: «Wat stomme meid was dat!" En als grootvader hun verteld heeft, welke scheiding ertusschen Paulus en Barnabas ontstond, hebben de kinderen daar eerst vrij wat op te zeggen.

//Guurtje. Dat was geen best voorbeeld voor anderen.

Gerrit. Ik daeht niet, dat zulke verstandige, godvruchtige menschen als Paulus en Barnabas ooit verschil konden hebben.