is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1887, 01-01-1887

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot aanzuivering der belasting, doch hem slechts is opgedragen die belasting in der minne, en bij weigering van den debiteur tot betaling, in rechten te innen;

dat de Directeur van Finantiën door zijn kortingbesluit in lijnrechten strijd handelde met genoemde bepaling en met den hem door de Rekenkamer bij baar besluit van 3 L Augustus 1871 no. 7272 gegeven last om „met inachtneming van bedoeld art. 49" voor de invordering der belasting het noodige te verrichten en van het gevolg daarvan mededeeling te doen aan de Algemeene Rekenkamer;

dat art. 12 van Staatsblad 1822 no. 49 bij kortingen wel aan de. Regeering praeferentie geeft boven particulieren maar dit niet bepaalt dat de Regeering korten kan in weerwil van den schuldenaar, ook als deze ontkent iets verschuldigd te zijn; dat het artikel geen inbreuk maakt op de burgerlijke rechten van ambtenaren en hen niet weerloos overlevert aan de willekeur der Regeering, hetgeen blijkt uit art. 5 van dat Staatsblad, terwijl artt. 80 en 132 R. R. den eischer voldoende beschermen tegen den toeleg der Regeering om hem zijn pensioen gedeeltelijk te ontnemen buiten den rechter om;

dat ten aanzien van de beweerde ongegrondheid der vordering wordt aangevoerd, dat ten onrechte beroep gedaan wordt op compensatie tot een bedrag van f 11000 omdat dit niet opvorderbaar is en in strijd met art. 49 van Staatsblad 1831 no. 71 en art. 20, 219 en 220 van het Provisioneel Reglement op de manier van procedeeren in civiele zaken in Staatsblad 1819 no. 20, daar gedaagde geene executoriën verzocht, veel minder verkregen heeft en daar de zoogenaamde sententie verjaard is, ieder beroep op haar ijdel is, zoolang daarvan geene executie door den rechter gedecerneerd is; ontkennende eischer ten slotte de ƒ 11000 schuldig te zijn, dat toch:

lo. de termjjn van vijf jaren bedoeld bij art. 51 van Staatsblad 1831 no. 71 reeds verstreken was toen de Rekenkamer haar besluit nam en a fortiori toen de Regeering het herzag, daar eischer aftrad op 27 Augustus 1866, toen hij door den resident van