is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1890, 01-01-1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarvan appel, en, doende wat de eerste rechter had behooren te doen, alsnog, met admissie der door de appellante, eerst gedaagde, in eersten aanleg voorgestelde exceptiën de geintitimeerden, eerst eischers, met hunnen in eersten aanleg gedanen eisch en genomene conclusiën niet ontvankelijk te verklaren, en, voor het onverhoopt geval die exceptiën den Hove niet admissibel mochten voorkomen, alsdan ten principale de geintimeerden, eerst eischers, met hunnen in eersten aanleg in kort geding gedanen eisch en genomene conclusiën niet ontvankelijk te verklaren dan wel hun die te ontzeggen; voorts in allen gevalle op te heffen de door den eersten rechter gelaste staking van de voortzetting der executie van het vonnis van den raad van justitie te Makasser op 8 Augustus 1888 onder no. 56 tusschen partijen gewezen, mitsdien aan appellante te veroorloven om dat vonnis in zijn geheelen omvang ten uitvoer te leggen, in het bijzonder haar te vergunnen om den verkoop der krachtens dat vonnis bij proces-verbaal van den deurwaarder bij den raad van justitie te Makasser A. J. Yoll van 17 December 1888 ten verzoeke van appellante in executoriaal beslag genomen roerende goederen van den tweeden geintimeerde voort te zetten, alles met veroordeeling van de geintiineerden in de kosten der beide instantiën;

dat voorts ten dienenden dage, blijkens extract uit het audientieblad van 6 Juni 1889 door het Hof tegen den lsten geintimeerde is verleend verstek met verwijzing van hem in de daardoor veroorzaakte kosten en met aanhouding der zaak ten opzichte van den 2den geintimeerde, terwijl tevens de nadere rechtdag werd bepaald op 3 October 1889 met dien verstande dat tusschen de dagvaarding van den lsten geintimeerde en zijne verschijning in rechten twee maanden moeten verloopen;

dat, nadat blijkens ten processe aanwezig exploit van 25 Juni 1889, uitgebracht door meergenoemden deurwaarder van den raad van justitie te Makasser de 1ste geintimeerde tegen dien verdaagden rechtdag behoorlijk was gedagvaard, die geintimeerde evenmin ter terechtzitting van den Hove is verschenen; dat appellante nu op dien rechtdag bij conclusie van eisch