is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1890, 01-01-1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat een beroep op 's raads vonnis van 14 September 1887 den appellanten niet kan baten omdat ontkend wordt dat de op 7 Mei 1884 in beslag genomen goederen, waarvan in dit proces sprake is, dezelfden zijn als die, welke op 18 Februari te voren in beslag genomen waren en waarvan liet beslag op 1 Mei d. a. v. werd opgeheven, zoodat hetgeen omtrent die laatste goederen en de winstderving te dier zake is uitgemaakt in dit proces nimmer van eenigen invloed kan zijn;

dat bovendien in het vonnis van 14 September 1887 niets anders is beslist dan dat een zuivere winst van 10% de hoogste percentage is, welke naar billijkheid in rekening mag worden gebracht;

dat voorts geen termen aanwezig zijn voor boekenbewijs, daar appellanten geen bewijs voor de door hen beweerde waarde en winstderving hebben bijgebracht;

dat echter, gesteld dat de tweede appellant in de aan het beslag voorafgaande vier jaren gemiddeld voor een bedrag van f 2905 had verkocht — wat ontkend wordt —zulks tot geen enkele gevolgtrekking ten voordeele van appellanten zou kunnen leiden, daar het niet bekend is of die appellant in vorige jaren niet een veel grooteren goederenvoorraad had en het evenmin vaststaat dat op al de handelsgoederen van dien appellant beslag is gelegd, zoodat niet is gebleken dat zijn handel door het gelegd beslag geheel heeft stil gestaan;

dat wat den op den schadestaat gebrachten 4en post betreft, de rechter a quo terecht heeft beslist dat niet is aangetoond dat de vier koebeesten door en gedurende het beslag zijn gestorven; dat geintimeerde niet heeft erkend dat die koebeesten gedurende het beslag zijn gestorven, daar zij integendeel uitdrukkelijk heelt geposeerd dat het sterven in niet het minste verband staat tot het beslag;

dat echter, al ware bewezen, dat die beesten tijdens het beslag gestorven waren, appellanten zouden hebben aan te toonen dat ze gestorven waren ten gevolge van het onrechtmatig beslag en niet gestorven zouden zijn wanneer het beslag niet was gelegd; dat bovendien, vermits blijkens het beslag appellanten de be-