is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1890, 01-01-1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat dit in den oorspronkelijken eiscli echter niet is geposeerd, zijnde alleen geposeerd, dat de hoofdschuldenaar en ook de borg in gebreke was te leveren het op 31 Maart 1888 verschuldigd bedrag koehuiden ;

dat dus de recht r a quo de ingestelde vordering had dienen te verklaren niet ontvankelijk;

dat bovendien uit de acte van borgtocht, waarop eischeresse, thans geintimeerde, zich beroept, blijkt dat de appellant zich niet als borg voor de levering der huiden had verbonden, maar geenszins voor de betaling eener eventueele boete;

dat immers volgens art. 1824 van het Burgerlijk Wetboek borgtocht niet wordt verondersteld, maar uitdrukkelijk moet worden aangegaan en niet verder mag worden uitgestrekt dan de bepalingen onder welke dezelve is aangegaan;

dat dus appellant pertinent de borgtocht voor de gevorderde boete ontkennende, niet tot de betaling dier boete had mogen worden veroordeeld;

dat wijders, zoolang het contract tusschen J. F. van Leeuwen en Compagnie aan de eene zijde en Bin Shahab aan de andere zijde niet. was ontbonden, .T. F. van Leeuwen en Compagnie niet mocht vorderen rauwelijks het vroeger verleende voorschot, daar immers volgens dat contract de schuldenaar slechts gehouden was tot levering telken maande van minstens veertig koehuiden;

dat nu wel bij dat contract werd bepaald dat het aan Bin Shahab gegeven voorschot ad f 2000 zou worden terugbetaald door het iedere maand te verrekenen tot aan een bedrag van f 75 met den prijs der te leveren koehuiden, doch dat in dat contract nergens werd bepaald, dat in plaats der koehuiden J. F. van Leeuwen en Compagnie ook mocht vorderen f 75 contant geld en evenmin in meergemeld contract een spoor is te vinden van een beding dat, zoo de schuldenaar in de levering der koehuiden achterlijk bleef, J. F. van Leeuwen en Compagnie rauwelijks, zonder ontbinding der overeenkomst te vorderen, zou mogen opvorderen het voorschot voor zooveel niet in huiden terugbetaald;

dat in de introductieve dagvaarding nu wel door eischeresse,