is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1890, 01-01-1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van advies gediend, ten minste dit advies gevraagd zijn. Daar wij van die voorstellen geen inzage gehad hebben, is het ons niet bekend of daarin ook is opgenomen de o. i. terecht door Mr. Immink voorgestane meening dat de Eaadsheeren in het Hoog-Gerechtshof, en natuurlijk ook de Vice-Presidenten, zoomede de Procureur-Generaal door den Koning behooren benoemd te worden, al ware bet alleen wegens het aanzien, hetwelk in Indië aan eene dergelijke benoeming gehecht wordt.

Tegenover de betrekkelijke onafzetbaarheid van de meeste rechterlijke ambtenaren door den schrijver voorgestaan, zoude echter een maximum leeftijd behooren gesteld te worden, waarop men verplicht is den dienst te verlaten. Eene dergelijke bepaling is ook aangenomen voor den Voorzitter en de Leden der Algeraeene Rekenkamer bij de wet van 23 April 1S80 (Indisch Staatsblad 1880 no. 116).

Vervolgens wordt gesproken over de wenschelijkheid der afschaffing lo. van het liooger beroep aan den Hoogen Raad der Nederlanden van sommige arresten door het Hoog-Gerechtshot in eersten aanleg gewezen, waarbij wordt aangetoond dat dit hooger beroep blijkbaar zijn ontstaan te danken heeft aan een misverstand en dat wegens de hoogst zeldzame gevallen, waarin van dit beroep gebruik gemaakt wordt, het in elk geval weinig praktische waarde heeft; en 2o. van het aan den GouverneurGeneraal toegekende in art. 92 R. R. omschreven recht van Jiat executio.

Eindelijk wordt nog gewezen op de weinige vrijgevigheid, waarmede uiterlijke onderscheidingen aan de rechterlijke ambtenaren in Indië worden toegekend en op het gemis aan voorschriften betreffende hunne titulatuur.

Uit het voorafgaande blijkt voldoende het belangrijke van de behandelde onderwerpen en behoeft met het oog daarop de lezing van het opstel geen verdere aanbeveling. Al moge men het niet in alle opzichten eens zijn met de middelen, waarop Mr. Imuiink van oordeel is dat de noodige verbeteringen moeten aangebracht worden, dit neemt niet weg dat hij zich ten zeerste verdienstelijk gemaakt heeft door in een openbaar geschrift op