is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1890, 01-01-1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het vonnis door gemelde rechtbank op 21 Juni 1888 bij verstek gewezen, en den oorspronkelijk eischer, thans geïntimeerde, met vernietiging van dat vonnis, niet ontvankelijk met zijne bij introductieve dagvaarding van 3 Mei 1888 tegen hem aanhangig gemaakte rechtsvordering;

Veroordeelt den geintimeerde in de kosten van beide instantiën, met uitzondering van die van het verstek, welke komen ten laste van den defaillant.

CASSATIE.

Zitting van 16 October 1890. Voorzitter: Mr. J. Sibenius Trip.

Duur van den termijn voor cassatie. — Art . 17 Rv.

Be termijn van drie maanden, bedoeld bij art. 402 Rv., begint te loogen in den nacht na de beteehening van het vonnis te twaalf uren en eindigt in den nacht na den 90sten dag daarna, eveneens te twaalf uren.

Lim IJan San, requirant van cassatie, comp. bij den adv. en proc. Mr. G. W. Altheer, contra

De Weeskamer te Batavia qq., gereqnireerde in voorschreven cas, comp. bij den adv. en proc. Mr. A. H. dn Mosch.

HET HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INDIE,

Gelezen het vonnis van den raad van justitie te Eatavia (Eerste Kamer) op den 21 sten Februari 1890 gewezen en uitgesproken tusschen den thans requirant van cassatie, als opposant, en de thans gerequireerde, als geopposeerde, waarbij de verbetering is gelast van de door den Rechter-Commissaris in het