is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1890, 01-01-1890

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vernietigt het tegen den beklaagde gewezen vonnis;

Verklaart dat liet den beklaagde ten laste gelegde en rechtens bewezen feit misdrijf noch overtreding daarstelt;

Ontslaat hein te dier zake van alle rechtsvervolging;

Beveelt dat hij onmiddellijk op vrije voeten zal worden gesteld, ten ware hij oin andere redenen in verzekerde bewaring behoort te blijven;

Verwijst den Staat in de kosten van het geding.

(Derde Kamer).

Zitting van 26 September 1890. Voorzitter: Mr. M C. Piepers.

Heling. — Elementen.

Het, des bewust van dt onrechtmatige herkomst, in bezit hebben van goederen, welke arglistig ten nadeele van een ander zijn weggenomen, is niet strafbaar, zoo niet tevens de wit bestaat om. het door dat misdrijf verkregene aan den eigenaar te onttrekken.

HET HOOG-GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH INDIE,

Gezien de stukken van het gerechtelijk onderzoek in de zaak van den beklaagde Pa Soewalie en het in die zaak op den 24sten Ju li 1890 door den landraad te Bondowoso gewezen vonnis, waarbij de beklaagde is schuldig verklaard aan : medeplichtigheid aan diefstal met braak in een bewoond huis, door het des bewust helen van het gestolene, onder verzachtende omstandigheden, en deswege veroordeeld tot de straf van dwangarbeid buiten den ketting voor den tijd twee jaren, met verdere veroordeeling van den beklaagde in de kosten van het rechtsgeding en met last, dat de voorwerpen welke als stukken van overtuiging hebben gediend, na verloop van acht dagen na den datum van het vonnis, zullen worden teruggegeven, te weten : de krislemmet en krisring aan den len getuige Djoetnadin en de krisschee en het