is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te hooren waar de besehuldiging juist berustte op verklaringen van getuigen in het voorloopig onderzoek gehoord, is dit eene essentiëele nietigheid, die de vernietiging van de geheele procedure ter terechtzitting moet ten gevolge hebben 340

Christen beklaagde. — Mohamedaanscli adviseur. — Essentiëele nietigheid. — Artt. 7 en 92 R. O.

Het door eenen Mohamedaanschen adviseur zitting nemen in den landraad en het uitbrengen van advies door dezen omtrent de schuld van den beklaagde, waar deze een niet Mohamedaan is. stelt eene essentiëele nietigheid daar van de procedure.

Art. 92 al. 3 li. O. eischt voor het wettiglijk houden van den landraad alleen dan de tegenwoordigheid van het adviseerend lid, wanneer deze naar het algemeen voorschrift van art. 7 eod. de terechtzittingen behoort bij te wonen. . . . 343

Tweede behandeling derzelfde zaak wegens onjuiste veronderstelling van het verloren geraakt zijn der stukken.— No i bis in idem. — Art. 389 Sv. en art. 398 Inl.

Regl. — Bedoeling van de wettelijke voorschriften regelende de strafprocedure.

De regel „non bis in idem" slechts uitdrukkelijk voorgeschreven in geval van vrijspraak, geldt ook in geval van vroegere veroordeeling.

Voor de rechtskracht eener exceptie is niet noodig, dat zij uitdrukkelijk in de wet vermeld en behandeld wordt, mits zij slechts in het algemeen op de wet berust.

De wet bedoelt alleen dan eene strafprocedure, wanneer die tegen den verdachte nog niet volledig is gevoerd,

Is dit laatste geschied, dan moet krachtens den rechtsregel: „non bis in idem", een tweede vonnis vernietigd worden, al bestond het recht tot strafvordering wel in den aanvang van het geding, zoo dat recht gedurende den loop daarvan is te niet gegaan. 346

Art. 83 sub 2o R. O. — Art. 124 Str. Inl. — Art. 417 Inl. Regl. — Slapen op wacht.—Proceskosten.

Het niet behoorlijk vervullen van wachtdienst niet strafbaar zijnde, zoo stelt het door een openbaar ambtenaar, ten gevolge van een ontvangen gave, niet aan de bevoegde autoriteit mededeelen, dat hij eenen op wachtdienst zijnden inlander slapende had bevonden, geene omkooping daar.