is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERHANDELINGEN.

* ARTIKEL 109 VAN HET REGEERINGS-REGLEMENT

In de zitting van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van den 4den Augustus 1854 zeide de minister Pahud bij de behandeling van artikel 109 Regeerings-Reglement: „ik heb niet kunnen bespeuren dat die verdeeling tot onzekerheid heeft aanleiding gegeven" 1). üe Minister had gelijk. Der Tweede Kamer was de inhoud van het artikel duidelijk genoeg. Sedert schijnt er voor sommigen onduidelijkheid en onzekerheid in te zijn gekomen, althans er waren er die in artikel 109 heel iets anders begonnen te lezen dan er ooit in had gestaan, die er verdeelingen uit distilleerden of nieuwe voorstelden, waaraan de wetgever in 1854 nooit ofte nimmer heeft gedacht, hetgeen mijn geachten ambtsvoorganger van der Kemp aanleiding gaf te verklaren : „De rechtsgeleerdheid heeft van deze eenvoudige zaak zich meester gemaakt en eene doodeenvoudige zaak in duisternisgehuld" 2). Nu, zoo heel doodeenvoudig is die zaak niet, maar er ligt een kern van waarheid in, want een juiste kennis van het Indisch Staatsrecht is nog verre van algemeen goed en het kan niet worden ontkend dat de verwarring door enkelen veroorzaakt, door anderen nog is vermeerderd.

1) Handelingen over het Regeerings-Reglement, Keuckenius III p. 717.

2) Indische Gids 1886 pag. 182.

LVI.

1

voor

NEDERLANDSCH-INDIE,

door

Mr. Cii. W. Mabgadant.