is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij even als deze onttrokken zijn èn aan liet inlandsch bestaur en aan de verplichtingen, de belastingen in arbeid of geld, die juist voortvloeiden uit zijne staatsrechtelijke positie van inlander. Welnu, de vrees was volkomen gewettigd dat de inlanders bij dromuien tot het christendom zouden overgaan, nu juist niet uit aandrang des harten, maar —■ het dwangcultuurstelsel was in vollen bloei — om aan de lasten van allerlei aard, den inlander opgelegd, te ontkomen. De gereleveerde opmerking der Kamer raakte de zenuw aan van de toenmalige koloniale politiek en hierdoor moest de Minister Pahud na dit V. Y. wel tot nadenken gebracht worden over hetgeen hij blijkbaar achteloos en gedachteloos had voorgesteld, zonder de gevolgen te overzien; wat dien Minister nog wel meer gebeurde. Edoch nog niet dadelijk kwam hij tot de erkenning gedwaald te hebben.

Was de oppositie, zoo als we zagen, in het bijzonder gericht tegen de 2e alinea van het regeeringsartikel, de 3e alinea ontsnapte echter evenmin aan kritiek. Men wilde ook uit deze alinea den godsdienst als criterium zien wegvallen, waar het de gelijkstelling met inlanders betrof. Door het blootelijk noemen van den landaard was het doel even goed te bereiken 1).

Men verzette zich derhalve tegen de tweede alinea in haar geheel, en tegen de derde alinea, waar deze als criterium ook den godsdienst en niet den landaard alleen aannam. De Kamer zag in die derde alinea tweëerlei criteria neergelegd, de landaard en de godsdienst, en terecht, omdat nevens de Arabische, Moorsche en Chineesche nationaliteit geplaatst werden zij die den Moliamedaanschen of geen godsdienst belijden. Die zienswijze blijkt luce clarius uit de slotbedenking in het V. V., die anders geen zin heeft.

Bij haar Ile Ontwerp blijft de Regeering bij haar voorstel volharden; ze behield de zoo sterk aangevallen 2e alinea van het betrekkelijke boven afgedrukte artikel onveranderd, en handhaafde biermede haar stelsel, dat met Europeanen werden gelijkgesteld alle Christenen, ook de zoodanigen die tot de inlandsc/te bevolking behooren. Evenmin komt ze te gemoet. aan de ge-

1) Keuchenius tl p. 152.