is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der ingestelde vordering, dat bij introductieve dagvaarding is gesteld, dat gedaagde, nadat ten verzoeke van eischer op eetiige roerende goederen executoriaal beslag was gelegd, „opgemelde" goederen aun de daarover gestelde bewaarders heeft doen ontnemen, zich daarvan in het bezit gesteld en ze heeft in gebruik genomen, en daardoor hem, eischer, zonder daartoe het recht te hebben, in de uitoefening en vervolging van zijn beslag heeft belemmerd, en thans de vraag rijst of daarop terecht is gegrond eene vordering tot veroordeeling van gedaagde om die goederen weder af en overtegeven aan de daarover door eischer gestelde bewaarders, en om zich verder van alle bemoeiing daarmede te onthoud n, met machtiging op den deurwaarder om bedoelde goederen uit het bezit van gedaagde of van wie ze ook in bezit mocht hebben, in dat van bedoelde bewaarders te doen overgaan;

O. dat geinlimeerde, vtrklarende dat hij zijne actie niet grondde op eenige overeenkomst noch op recht van eigendom, bezit of pandrecht (kunnende hij ze daarop dan ook inderdaad niet gronden), heeft beweerd dat hij zijne vordering ontleende aan de wettelijke bepalingen betreffende de gerechtelijke tenuitvoerlegging op roerende goederen, daar hij niet behoefde te dulden door derden in de rustige uitoefening van zijn recht gestoord te worden;

O. dat geintiraeerde echter in gebreke is gebleven tot staving van zijn vorderingsrecht eenige wettelijke bepaling betreffende bedoelde gerechtelijke tenuitvoerlegging op te geven, en deze dan ook inderdaad ontbreekt, en bij ontstentenis van eene zoodanige, de eenige rechtsband, die tusschen eischer en gedaagde bestaat, is die welke geboren werd uit de beweerde onrechtmatige handeling van gedaagde, zoodat in 't onderhavig geval alleen had kunnen geageerd worden tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daad (art. 1365 B. W.) en hij eischer, thans geintimeerde, dan ook, met vernietiging van het vonnis van den raad van justitie te Batavia, waarvan appel, met de ingestelde vordering, als niet op de wet gegrond, niet ontvankelijk behoort te worden verklaard;

Gelet enz.;