is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beheer voert, niet is op te maken voor wie de aanlegger optreedt, alzoo wie de tegenpartij van den gedaagde is, daar deze niet is (legeen, die qualitate qua voor een ander optreedt, maar wel die ander zelf, die in casu niet aangeduid is;

O. dat reeds op dezen grond de eischer niet ontvankelijk is met zijne ingestelde vordering, ten gevolge waarvan het onderzoek naar de vraag of voldoende duidelijk is ter zake waarvan de gedaagde in rechten aangesproken wordt, overbodig ;s;

O. dat, waar de eischer niet ontvankelijk is met zijnen eisch tot van waarde verklaring van een gelegd conservatoir beslag, dit behoort opgeheven te worden ; dat er echter geen termen aanwezig zijn om den eischer in privé in de proceskosten te veroordeelen;

Gelet op de artt. 58, 60, 106, 136 en 720 sqq van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering;

Rechtdoende,

Verklaart den eischer niet ontvankelijk met zijnen ingestelden eisch;

Veroordeelt hem om het ten deze gelegd conservatoir beslag kost- en schaleloos op te heffen, met last op de bewaarster om op vertoon der grosse van dit vonnis de in beslag genomen goederen ter vrije beschikking aan gedaagde af- en over te geven, met bevel op den sterken arm om gedaagde, zoo noodig, in het bezit dier goederen te stellen;

Veroordeelt den eischer in de kosten van het geding.