is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het voorloopig onderzoek gehoord, is dit ecne essentieele nietigheid, die de vernietiging van de geheele procedure ter terechtzitting moet ten gevolge hebben.

HET HOOG GERECHTSHOF VAN NEDERLANDSCH-INUIE,

Gezien de stukken van het gerechtelijk onderzoek in de zaak van den beklaagde Iijik Achmat bin Oesman Barakba en het in die zaak op den llden December 1890 door den landraad te Soerabaja gewezen vonnis, waarbij is verklaard dat het door den beklaagde gepleegde wel bewezen feit misdrijf noch overtreding vormt en hij te dier zake van alle rechtsvervolging is ontslagen, met last dat hij in hechtenis zal blijven, tot dat de termijn om van dit vonnis in revisie te komen bij het Hoog-Gerechtshof onbenut zal zijn voorbijgegaan, met veroordeeling van het Land in de kosten van het geding en met bevel tot teruggave der tot stukken van overtuiging gediend hebbende voorwerpen, nl. hel kistje aan den bestolene IJah Hoo Swie, de sarong aan den pandhuishouder te Wonokromo en het sirihstelletje aan de getuige Bok Giah, na verloop van acht dagen, nadat het vonnis in kracht van gewijsde zal zijn gegaan, tenzij daarop door den eigenaar of rechthebbende binnen voormelden termijn onder den griffier beslag zij gelegd overeenkomstig de voorschriften van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering;

Gezien de schriftelijke conclusie, namens den Procureur-Generaal door den Advocaat-Generaal Mr. D. H. van Gelder genomen en gedagteekend den 29sten Januari 1891, daartoe strekkende, dat het Hoog-Gerechtshof, met vernietiging van het vonnis, zal gelasten dat de zaak op nieuw door den landraad zal worden behandeld te beginnen met de oudste acte, waarin de nietigheid is begaan, zijnde het onderzoek tèr terechtzitting, de kosten ten laste van den Lande; en subsidiair dat, met vernietiging van het vonnis, de beklaagde zal worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde, met bevel dat hij onverwijld op vrije voeten zal worden gesteld, tenzij hij om andere redenen