is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liuw.l ie zijn, al. leed dit huwelijk in werkelijkheid aan eene essentiëele nietigheid.

De landraad te Marlapoera had namelijk zekeren Atjeh schuldig verklaard aan verkrachting, • gepleegd tegen een kind van minder dan 15 jaren, en hein te dier zake tot straf veroordeeld, omdat hij, na met het achtjarige inlandsche ouderlooze meisje Noersamah door den wakil penghoeloe in den echt te zijn verbonden, haar tegen haren wil tot sexueele gemeenschap had gedwongen.

Het Hof nam aan dit deze feiten geen misdrijf of overtreding daarstellen omdat aanranding der rrrhaarheid gepleegd door den man tegen de vrouw in wetug huwelijk ondenkbaar is; dat nu wel de priesterraail de nietigheid van dat huwelijk heeft uitgesproken op grond dat bij het sluiten daarvan een onbevoegde als wali der vrouw was opgetreden, maar dat het volkomen aannemelijk is te achten dat beklaagde overtuigd was van de wettigheid van zijn huwelijk, ergo te goeder trouw.

Tegen deze beslissing nu komt prof. Wilken op in een betoog dat gesplitst moet worden in een eth nografiscli en een juridisch gedeelte.

Het opstel vangt aan met de verklaring dat het arrest een nieuw bewijs levert voor de juistheid van de meermalen geuite klacht, dat inen bij de samenstelling van het Wetboek van strafrecht voor inlanders te weinig rekening heeft gehouden met de eigenaardige toestanden en instellingen en met de rechtsbegrippen van de verschillende Indonesische volken.

Goticedo quam maxime. Ik heb vroeger daarop herhaaldelijk gewezen en getracht aan te toonen bij de regeling van welke misdrijven het inlandsch strafwetboek of afwijkt van of indruischt tegen de godsdienstige wetten. En 's Hofs vice-president Mr. Piepers deed meer en beter in onze juristenvereniging en toonde uit zijne langdurige ervaring e:i veeljarige aanraking met de inlandsche maatschappij de leemten aan in onze voor die maatschappij bestemde strafwetgeving.

Die opmerking van algeineenen aard wordt prof. Wilken grif toegegeven. De praktijk heeft voldoende bewijs geleverd