is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Augustus 1883, afgekondigd in 110. 138 van het Staatsblad van dat jaar, de vonnissen in overtredingzaken door den Residentieraad gewezen zijn vatbaar voor hooger beroep en, in het hoogste ressort gewezen, voor cassatie, alles met inachtneming van en overeenkomstig de deswege voor vonnissen van landraden in die gevallen bestaande verordeningen;

O. dat mitsdien de vraag of eenig vonnis in overtredingzaken gewezen door den Residentieraad is vatbaar voor hooger beroep dan wel voor cassatie, moet beantwoord worden naar de ter zake voor de landraden vigeerende bepalingen;

O. nu dat overeenkomstig art. 95 sub 3o. in verband met art. 96 sub 2o. van het Reglement op de Rechterlijke Organisatie van de uitspraken der landraden ter zake van overtredingen van politie en van plaatselijke keuren mitsgaders van wettelijke bepalingen van algemeenen aard hooger beroep is toegelaten, wanneer het hoogste bedrag der op de overtreding gestelde geldboete meer dan ƒ 500 beloopt of indien, hetzij gelijktijdig met, hetzij zonder eenige geldboete eene andere zwaardere straf of wel verbeurdverklaring van bijzondere voorwerpen op de overtreding is gesteld;

O. nu dat Minas Galestien voornoemd, blijkens het bevelschrift van den president van den Residentieraad en het bevel van dagvaarding, naar de terechtzitting van dien raad is verwezen, ter zake van overtreding van art. 10 van Staatsblad 1853 no. 23 en blijkens liet bovenvermelde vonnis daaraan is schuldig verklaard ;

O. dat de overtreding van genoemd artikel bij art. 13 sub c van datzelfde Staatsblad is strafbaar gesteld met eene geldboete van ƒ 5—f 100, of gevangenisstraf van hoogstens 8 da. en, met verbeurdverklaring in ieder geval van het uithangbord en mitsdien overeenkomstig art. 96 sub 2o. van het Reglement op de Rechterlijke Organisatie in deze hooger beroep is toegelaten,O.

dat tegen het bovenstaande niet obsteert dat de landraad exceptis excipiendis alleen oordeelt over inlanders en daarmede gelijlcgesielden en alleen over die overtredingen, waarop eene hoogere boete is gesteld dan ƒ 100, of eene zwaardere strai