is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het laatstgenoemde montant bedroeg, de firma Platon zulks erkende en gedaagde in vrijwaring machtigde dien overeenkomstig met de van eisciier in vrijwaring te ontvangen gelden te handelen en het aandeel dier firma daarin competeerend te regelen;

4e. dat bij acte sub 110. 73 op 24 November 1887 voor denzelfden notaris gepasseerd, dezelfde comparanten als bij de sub le. genoemde acte van dienzelfden datum no. 7 2 en in verband met die acte aan den eischer in vrijwaring vergunden twee rijstpelmolens op te richten uit hem door den door die comparanten te benoemen boek- en kashouder te verstiekken gelden;

5e. dat bij acte op 9 Maart 1888 voor den notaris E. C. F. Bloch te Serang sub no. 2 verleden, eischer in vrijwaring voor een als reeds van gedaagde in vrijwaring ontvangen erkend bedrag aan haar cedeerde alle zijne rechten op een stuk grond onder Serang op 3 December 18x7 door hem gekocht, bestemd töt oprichting van een rijstpelmolen en zoovoort, onder erkenning, dat de kosten tot aankoop en oprichting hem door gedaagde in vrijwaring verstrekt waren;

6e. dat bij acte van 21 Maart 1888 voor denzelfden notaris sub no. 3 verleden eischer in vrijwaring aan gedaagde in vrijwaring verkocht en geleverd heeft alle zijne in zijne toko onder het merk Kitn Hong aanwezige goederen en meubilair, met bepaling dat alle voor- en nadeelen met het gekochte te behalen, van af den datum der acte, zouden zijn voor rekening en risico van de koopster;

dat uit dit alles in onderling verband en de volgorde der feiten duidelijk blijkt, dat de gedaagde in vrijwaring, die aanvankelijk op zich genomen had de betaling der schulden van eischer in vrijwaring, over wiens zaken zij het meest uitgebreide toezicht had en beheer voerde, aan de firma L. Platon en den heer Giesberger te regelen, nadat zij zich van het juiste bedrag van de schuld aan de firma L. Platon verzekerd had, toen zij zoowel van de geheele handelszaak als van de rijstpelmolen van eischer in vrijwaring eigenares geworden was en de waarde der LTII. 13