is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O. dat mitsdien, waar de beslissing niet berust op het beweerde bedrog, het geval bedoeld bij art. 385 sub lo. voornoemd niet aanwezig is en het verzoek tot herroeping van het vonnis op dezen grond behoort verworpen te worden en het overbodig is te onderzoeken of de andere bij genoemd artikel gestelde voorwaarden aanwezig zijn;

O. ten andere wat betreft het achterhouden van den brief in quaestie, dat meergenoemd art. 385 sub 8o. het request-civiel toelaat „indien men na het vonnis (arrest) stukken van beslissenden aard nader in handen heeft bekomen, welke door toedoen van de wederpartij waren achtergehouden" en alsnu, ook naar aanleiding van het aangevoerde door gedaagde, behoort beoordeeld te worden of het achtergehouden stuk is van beslissenden aard ;

O. te dien aanzien, dat eischer beweert dat bedoelde brief is van beslissenden aard, daar de uitdrukking „itoe onkost", die in eischers brief voorkomt en waarop het in het geding aankomt, door dien brief volkomen verklaard wordt;

O. dat nu echter uit dien achtergehouden brief blijkt, dat „itoe onkost" inderdaad terugslaat op, verband houdt met het woord levensonderhoud in de notariëele acte voornoemd, en waar nu, blijkens de hierboven aangehaalde voorlaatste overweging van 's Hofs arrest, het Hof op dat verband het oog heeft gehad, hieruit volgt, dat, ook al ware de brief in het proces overgelegd geworden, zulks van geen invloed zou geweest zijn op 's Hofs beslissing en derhalve bedoelde brief niet kan gezegd worden in den zin van art. 385 sub 8o. voornoemd te zijn van beslissenden aard ;

O. dat mitsdien ook ten deze niet aanwezig is het geva\ bedoeld bij sub 8o. voornoemd en het request-civiel ook op dien grond behoort verworpen te worden;

Gelet enz.:

Rechtdoende op het ingediende request-civiel,

Verwerpt het request-civiel;

Veroordeelt den requirant in de kosten.