is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontbinding van het contract met schadevergoeding en derhalve de dagvaarding is afgegaan voordat er mora was;

O. dat derhalve aan de actie, tijdens de dagvaarding, haar grondslag ontbrak en de eerste rechter reeds op dezen grond eischeresse met hare vordering niet ontvankelijk had moeten verklaren en dit, met vernietiging van het vonnis a quo, alsnog zal behooren te geschieden;

Gelet op de aangehaalde wetsbepalingen, op artt. 1233, 1239, 1243 en 1266 B. W. alsmede op art. 58 Regl. B. Rv.;

Rechtdoende in hooger beroep,

Ontvangt het appel;

Vernietigt het vonnis van den raad van justitie te Soerabaja van 15 October 1890, waarvan appel;

Verklaart de eischeresse niet ontvankelijk met hare vordering;

Veroordeelt haar in de kosten van beide instantiën.

Zitting van 20 Augustus 1891.

Voorzitter: als voren.

Inbreng — Goederen tot het land op tot den grond behoorende. oogst. roofbouw. bewijs.

Overeengekomen zijnde, dat in eene natmlooze vennootschap zal worden ingebracht de eigendom van particuliere landen met al den lot de landen behoorenden lossen en vasten inventaris, den te velde staanden oogst met al de daarop aanwezige losse en vaste goederen tot het land behoorende, uitgezonderd de nog onafgewerkte producten uit den oogst van zeker jaar, zullende onder producten van dat oogstjaar begrepen worden de op ultimo van dat jaar reeds geoogste, al zijn ze nog op het land aanwezig — dan zijn de gekapte en op ultimo van dat jaar nog op het land aamvezige djatieboomen losse goederen tol het land en niet tot den grond, d. i. aan den landheer en niet aan de bevolking behoorende en moeten ingebracht worden, tenzij zij behooren lot de nog onafgewerkte producten uit den oogst van bedoeld jaar verkregen.