is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1891, 01-01-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarvan acte is gevraagd, alsmede in het vonnis van dienzelfden president dd. 27 Januari 1891 tusschen dezelfde partijen gewezen, waarbij die president zich onbevoegd heeft verklaard van de onderwerpelijke zaak kennis te nemen, met veroordeeling van eischer in kort geding in de kosten in kort geding gevallen;

En wijders:

O. dat de succumbant zich met beide vonnissen bezwaard gevoelende, de geintimeerde Regeering dd. 28 Januari 1891 heeft gedagvaard om op Donderdag den 12den Februari 1891 des voormiddags ten negen ure te verschijnen ter terechtzitting van den Ilove, ten einde, op nader aan te voeren gronden en middelen, te hooren eischen en concludeeren, dat het den Hove moge behagen, met ontvangst van het appel, den president van den raad van justitie te Soerabaja, rechtsprekende in kort geding, te verklaren bevoegd om van de oorspronkelijke vordering kennis te nemen en wijders ingevolge art. 354 van het Reglement op de Burgerlijke Rechtsvordering, de zaak ten principale tot zich trekkende, doende wat de president voornoemd had behooren te doen, alsnog aan den appellant toe te wijzen zijne in eersten aanleg in kort geding gedane vordering en genomen conclusiën, daartoe strekkende, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande verzet of hooger beroep en zelfs op de rainute, te gelasten, dat de voorgenomen verkoop van de bij dagvaarding in kort geding de dalo 24 Januari 1891 in den breede vermelde perceelen niet zal vermogen plaats vinden, immers zal worden geschorst tot tijd en wijle op den eisch ten principale ingesteld bij dagvaarding de dato 23 Januari 1891 in het hoogste ressort zal zijn beslist, met veroordeeling van de geintimeerde in de kosten van dit appel en van die van eersten aanleg, welke bij het vonnis a quo in kort geding niet ten haren laste zijn gebracht;

O. dat ten dienende dage een termijn van veertien dagen is verzocht en verleend om te dienen van conclusie van eisch in appel en daarop ter terechtzitting van den 26sten Februari d. a. v. de procureur des eischers heeft verzocht roija der zaak van de